Naar hoofdinhoud

Artikel 4.3

Lokaal beleid

Onderdeel van Beleidsnota artikel 13b Opiumwet, gemeente Vlissingen

De burgemeester geeft voor een coffeeshop een ‘gedoogverklaring’ af. Deze gedoogverklaring is een aanvulling op de vereiste horeca-exploitatievergunning ingevolge de APV. In die vergunning staat namelijk standaard dat drugsverkoop niet is toegestaan. De ‘gedoogverklaring’ houdt in dat onder bepaalde omstandigheden geen gebruik zal worden gemaakt van de sluitingsbevoegdheid van coffeeshops op basis van artikel 13b van de Opiumwet. Indien de exploitant van de coffeeshop zich niet aan deze voorwaarden houdt, is er sprake van niet toegestane verkoop en kan bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. De burgemeester volgt de AHOJGI-criteria bij de handhaving van gedoogde coffeeshops. Coffeeshophouders dienen vast te stellen dat degene aan wie ze toegang verlenen meerderjarige ingezetenen van Nederland zijn. De controle van het ingezetenencriterium, dus de check of de gebruiker daadwerkelijk in Nederland woont, is de verantwoordelijkheid van de coffeeshopexploitant. Het tonen van een geldig identiteitsbewijs of verblijfsvergunning in combinatie met een uittreksel uit de basisregistratie Personen (BRP) zijn instrumenten waarmee de coffeeshophouder kan vaststellen of iemand in Nederland woont.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel