Indien de gedoogverklaring vrij komt, is het van belang dat een zorgvuldige procedure gevolgd wordt voor het afgeven van een nieuwe verklaring. Bij het toewijzen van zo’n verklaring zijn grote gevoeligheden en belangen gemoeid, niet alleen politiek maar ook economisch. In de Nederlandse en lokale coffeeshopmarkt zijn er maar een beperkt aantal beschikbare mogelijkheden om een gedoogverklaring te verkrijgen. Dat brengt een grote concurrentie voor deze plaatsen met zich mee. Bij de verlening van zo’n schaarse vergunning hoort dan ook een zorgvuldige en transparante procedure. Bij beëindiging van de exploitatie van de bestaande coffeeshop wordt de volgende procedure gehanteerd.
Bij beëindiging van de exploitatie van de bestaande coffeeshop wordt uitgifte van een nieuwe gedoogverklaring aangehouden.
De burgemeester stelt eerst na consultatie van de gemeenteraad de bijbehorende uitgifteprocedure en nadere vestigingscriteria vast. De mogelijkheid van het aanvragen van een gedoogverklaring wordt vervolgens via een openbare bekendmaking kenbaar gemaakt. Aanvragen worden alleen in behandeling genomen, indien deze zijn ingediend binnen de in de bekendmaking genoemde periode.
De gemeente krijgt regelmatig vragen van belangstellenden voor het beginnen van een coffeeshop. Belangstellenden kunnen zich niet bij voorbaat inschrijven voor de toewijzing van een vrijkomende gedoogverklaring. De gemeente legt geen wachtlijst aan.
Lex Silencio Positivo
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Een coffeeshop is een gelegenheid waar het risico op criminaliteit aanwezig is. In die situaties is voorafgaande aan de vergunningverlening onderzoek nodig wat kan leiden tot een onderzoek in het kader van de Wet Bibob. Het is onwenselijk als de vergunning van rechtswege wordt verleend voordat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. Een lex silencio positivo is niet wenselijk om deze dwingende reden van algemeen belang. Paragraaf 4.1.3.3 Awb wordt niet van toepassing verklaard.
burgemeester van Vlissingen
Drs. A.R.B. van den Tillaar
[1]https://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/2020-01-01.
[2]https://wetten.overheid.nl/BWBR0036356/2015-03-01.
[3]https://wetten.overheid.nl/BWBR0041287/2018-09-01.
[4]https://wetten.overheid.nl/BWBR0042165/2019-05-01.
[5]https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2015:130
[6]Kroniek openbare-orderecht 2018, Gst. 2018/186.
[7]Aannemelijkheid dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, kan volgens de rechtspraak blijken uit bijvoorbeeld verklaringen van betrokkenen, onderzoek van de politie of uit ander bewijs zoals het aantreffen van verpakkingsmateriaal, sealbags gevuld met henneptoppen, vuurwapens met bijbehorende munitie, grote contante geldbedragen, een weegschaal of assimilatielampen (LJN BY5106, RvS, 5-12-2012, rechtsoverweging 2; LJN: BX5656, rechtbank Utrecht, 27-08-2012, rechtsoverweging 11).
Zie
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2012:BY5106
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5656
[8]https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:2912
Artikel 4.3.3.
Toewijzing nieuwe gedoogverklaring
Onderdeel van Beleidsnota artikel 13b Opiumwet, gemeente Vlissingen