**1..** Een aanvraag kan slechts tot een overeenkomst met de gemeente leiden indien en voor zover:
deze conform de door het college, op grond van artikel 5, vastgestelde nadere regels is ingediend door een eigenaar van een in de gemeente gelegen bestaand bouwwerk, dan wel door de eigenaar van een nieuw bouwwerk als bedoeld in artikel 2, tweede lid, ten behoeve van de energiebesparende- en/of klimaatadaptatiemaatregelen aan dat bouwwerk; en
de energiebesparende- en/of klimaatadaptatiemaatregelen worden aangebracht op, of in, of rondom het bouwwerk; en
de energiebesparende maatregel tot een daadwerkelijke besparing leidt en de klimaatadaptatiemaatregel daadwerkelijk leidt tot vermindering van wateroverlast; en
de in artikel 3 van de Verordening gestelde grenzen, te weten het beschikbare budget dan wel het aantal bouwwerken waarop het project betrekking kan hebben, nog niet zijn bereikt en nog voldoende ruimte bieden om de aanvraag te honoreren; en
de werkzaamheden voor het uitvoeren van de duurzaamheidsmaatregelen nog niet zijn gestart voordat de aanvraag is ingediend; en
de aanvraag betrekking heeft op een bedrag van minimaal € 2500,-; en
de aanvraag betrekking heeft op een bedrag van maximaal € 35.000,-.
**2..** Een aanvrager dient zelf na te gaan of het realiseren van energiebesparende- en/of klimaatadaptatiemaatregelen op, in of rondom het door hem beoogde bouwwerk omgevingsvergunningplichtig is, dan wel of er vanuit andere bestuursrechtelijke dan wel privaatrechtelijke hoek mogelijke belemmeringen bestaan. Bij de ontvangstbevestiging van aanvragen worden aanvragers hierop gewezen.
**3..** Het college kan nadere regels vaststellen waarin wordt vastgelegd wanneer er sprake is van een daadwerkelijke besparing als bedoeld in lid 1, onder c. Het College kan deze nadere regels, met daarin vastgelegd de vereiste minimale omvang van de besparing, te allen tijde wijzigen indien het College dit noodzakelijk dan wel wenselijk acht.
Artikel 7
Toetsingskader aanvragen
Onderdeel van Verordening 2e tranche “Duurzaam Energie-en Klimaat Fonds Landgraaf”