De hieronder genoemde maatregelen gelden in eerste aanleg alleen voor garantstellingen waarover is besloten na vaststelling van deze nota. Voor de reeds lopende garantstellingen streven we er wel naar zoveel mogelijk dezelfde werkwijze in te stellen.
Om de risico’s voor de gemeente inzichtelijk te houden gedurende de looptijd van de garantstelling, nemen we extra maatregelen. Hoewel garantstellingen meestal onherroepelijk van aard zijn en de risico’s nooit volledig zijn uit te sluiten, helpen deze maatregelen in de monitoring hiervan en houden we een actueel beeld. Het verzamelen en beoordelen van de gevraagde informatie komt tot stand in hetzelfde team als waar de beoordeling van de aanvraag heeft plaatsgevonden; de betrokken beleidsmedewerker en financieel adviseur en de gemeentecontroller.
De maatregelen en gevraagde informatie omvatten in ieder geval:
Binnen vier maanden na het eind van ieder boekjaar dient de organisatie het jaarverslag en de jaarrekening in (inclusief accountantsverslag indien van toepassing);
In oktober van ieder jaar dient de organisatie een begroting in voor het daaropvolgende jaar;
In bovengenoemd jaarverslag en begroting heeft de organisatie voldoende aandacht besteedt aan de financiële risico’s;
De organisatie informeert het college onmiddellijk bij financiële tegenvallers. Daarbij houden we, in eerste aanleg, een grens aan van 10% van het balanstotaal;
Het college is bevoegd gedurende de looptijd van de gemeentelijke garantstelling, (financiële) informatie op te vragen bij de organisatie, en aanwijzingen te geven omtrent inhoudelijke en financiële zaken om de gemeentelijke risico’s van de garantstelling te beperken. De geldnemer is verplicht deze aanwijzingen op te volgend en passende maatregelen te nemen;
De lening en eventuele opbrengsten uit de lening worden enkel gebruikt voor het doel waarvoor deze is aangegaan;
In aanloop naar de gemeentelijke begroting vindt jaarlijks een risico-inventarisatie plaats, zodat eventuele afwijkingen verwerkt kunnen worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
In geval van betaling door de gemeente van rente, aflossing of boete inzake de garantielening ontvangt de geldnemer een nota voor hetzelfde bedrag welke per omgaande dient te worden voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling.
Als een waarborgfonds, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) of de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS), (mede) optreedt als garantsteller naast de gemeente maken we zoveel mogelijk gebruik van de rapportages die deze fondsen opstellen en betrekken deze informatie bij onze monitoring en beheersing van de risico’s.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.6