2.4.1Omgevingsvisie
In de Omgevingsvisie 2015-2030 van de gemeente Opsterland, vastgesteld door de raad op 21 september 2015, is een integraal ruimtelijk beleid uitgezet. Dat richt zich op thematische en gebiedsgerichte aanpak. Wat betreft de thematische visies zijn ook van belang de herziening van het Woonplan in de Woonvisie, de Bestuurlijke visie Romte en ferskaat, de Visie wonen, welzijn en zorg, het economische beleid, de notities over recreatie en toerisme en de landschapsnota. De thematische nota’s (lees tevens bouwstenen) vormen een ingang voor het concreet maken van een visieontwikkeling. Dat gaat zowel op voor het landelijk gebied en de dorpskommen (bebouwde gedeelte). De ruimtelijke visie en de thematische visies worden geconcretiseerd (lees tevens uitvoering) in plannen, schetsen en projecten.
Voor de uitvoering van deze plannen is het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk. Het huidige coalitieakkoord is leidend bij het maken van de te maken keuzes.
De Omgevingsvisie geeft de ruimtelijke kaders aan waarbinnen het Opsterlandse woonmilieu zich in de periode tot circa 2015-2030 zal ontwikkelen. Wat betreft de woningbouw zijn in de Omgevingsvisie principiële keuzes gemaakt over de mate van groei. Daarbij is een verband gelegd met de aard en omvang van elk betreffend dorp.
Voor de kwantitatieve opgave van het woningmarktbeleid is in de Omgevingsvisie uitgegaan van het woningbouwprogramma van 2015 tot 2030. Volgens de provinciale prognoses zal de woningvraag in Opsterland toenemen van 12.320 op 1 januari 2014 naar circa 13.000 in 2030. Dat zou betekenen dat er zo’n 700 woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd. Of die toename van de woningvraag zich werkelijk zal voordoen, is afhankelijk van de demografische ontwikkeling, de ontwikkelingen op de regionale woningmarkt en de economie.
Gezien de grote onzekerheden op de woningmarkt of er sprake zal zijn van lichte krimp of lichte groei, is in de Omgevingsvisie voor het te realiseren woningbouw- programma een bandbreedte van 200 tot 700 woningen aangehouden voor de uitbreiding van de woningvoorraad door de groei van het aantal huishoudens. Voor nieuwbouw ter vervanging van te slopen woningen is een bandbreedte van 500 tot 550 woningen aangehouden.
In de periode 2015-2030 is het van belang om de beperkte nieuwbouw vooral te richten op het verleiden van senioren om te verhuizen naar een levensloopbestendige woning. Daarmee kan een beperkte doorstroming worden gerealiseerd ten behoeve van starters op de woningmarkt.
In de convenanten tussen de gemeente en de woningcorporaties zal het belang van betaal-baarheid en beschikbaarheid van woningen centraal staan in de afspraken over nieuwbouw, herstructurering en verkoop van sociale huurwoningen.
Vanuit het belang van behoud van het waardevolle landschap en de nadruk op versterking van het bestaande bebouwde gebied, komt de nadruk steeds meer te liggen op inbreiding. Bestaande uitbreidingsgebieden worden afgerond. Verdere grootschalige uitbreidingen zullen vooralsnog niet meer aan de orde zijn. Per dorp zal, in samenhang met de herontwikkelings-plannen per dorp, beoordeeld worden wat dit betekent voor de gemeentelijke grondposities per dorp.
Bij de nieuwe inbreidingsprojecten zal het vooral van belang zijn om ervoor te zorgen dat de woningtypen en woonmilieus goed passen bij de (toekomstige) vraag. De markt is op dit punt voldoende sturend.
2.4.2Woonvisie
Op 18 april 2017 heeft de raad de Woonvisie gemeente Opsterland voor de periode 2017-2021 vastgesteld. Deze Woonvisie 2017-2021 vormt het belangrijkste beleidsstuk op het gebied van het wonen in de gemeente. In de Woonvisie geeft de gemeente de verschillende richtingen aan voor de ontwikkeling van het wonen in de gemeente en is daarom ook bepalend voor het grondbeleid.
Regionale onderzoeken en afspraken over wonen en de gemeentelijke Omgevingsvisie 2015-2030 vormen een belangrijke basis voor de Woonvisie. Op basis van de Woonvisie en de nieuwe woningbouwafspraken met de provincie zal er een nieuw gemeentelijk woning-bouwprogramma worden opgesteld. De gemeente zal de Woonvisie, gecombineerd met het dorpenbeleid, vertalen naar keuzes per dorp.
In de Woonvisie zijn vier speerpunten uitgewerkt om van Opsterland een aantrekkelijke, toekomstbestendige woonomgeving te maken die huisvesting biedt aan alle huishoudens en inkomensgroepen. Voor het grondbeleid is vooral het speerpunt “Nieuwbouw: flexibiliteit, maatwerk en accent op de grote dorpen” relevant.
De uitwerking van dit speerpunt zal richtinggevend zijn voor het grondbeleid en ertoe leiden dat:
De focus zal liggen op inbreiding in plaats van uitbreiding.
De woningtoevoegingen door nieuwbouw op uitbreidingslocaties zich zal concentreren in de grotere dorpen Gorredijk, Ureterp, Beetsterzwaag en Bakkeveen. In de andere dorpen zal terughoudend worden omgegaan met nieuwbouw. De nadruk zal daar liggen op herstructurering en op het herbestemmen van niet-woonbebouwing. Bouwinitiatieven zullen alleen gesteund worden als er een duidelijk aantoonbare vraag is en draagvlak onder de bevolking.
De beperkte nieuwbouwmogelijkheden optimaal ingezet zullen worden om woningen te realiseren waaraan ook in de toekomst behoefte is.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4
Gemeentelijk beleid
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Opsterland houdende regels omtrent grondbeleid