Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Begeleiding individueel

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Nunspeet 2021

Begeleiding kan bestaan uit ‘ambulante’ begeleiding (regulier of specialistisch) of begeleiding groep. De ambulante vorm van begeleiding kent 3 varianten: Begeleiding individueel regulier; Begeleiding individueel specialistisch (tijdelijk); Begeleiding individueel waakvlam. Begeleiding regulier en specialistisch is gericht op het bevorderen (leren), behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en het zelfstandig participeren, opdat een inwoner zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. Uitgangspunt is dat de begeleiding plaatsvindt in de directe leefomgeving van de inwoner. Het beoogd resultaat: Versterken, activeren of stabiliseren van de eigen kracht, sociale vaardigheden en ontwikkelen van de mogelijkheden om te participeren; Inzicht creëren in- en ontwikkelen van de mogelijkheden van ondersteuning vanuit het eigen sociale netwerk; Versterken, activeren of stabiliseren van de zelfredzaamheid. Daaronder begrepen persoonlijk functioneren en vaardigheden die nodig zijn voor het voeren van een gestructureerd huishouden en het verrichten van algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL); Versterken, activeren en/of stabiliseren van de zelfregie over het dagelijks leven, waaronder begeleiding bij tekortschietende vaardigheden in zelfregelend vermogen: dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken en administratie; Leren omgaan met- en acceptatie van een (chronische) beperking; Versterken van de zingeving in het dagelijks leven; Signaleren van (dreigende) overbelasting bij de mantelzorger(s) en door ondersteuning overbelasting voorkomen. 2.6.1 Begeleiding individueel regulier Begeleiding regulier richt zich met name op ondersteuning bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Dit hangt nauw samen met de ondersteuning die is gericht op behoud of verbetering van zelfredzaamheid. Bij begeleiding regulier gaat het echter niet om overname van taken, maar om het functioneren van de inwoner met de stoornis. Het vinden van een effectieve manier van omgang met de beperking/stoornis en het optimaliseren of optimaal leren benutten van eigen mogelijkheden, waardoor de inwoner zijn functioneren verbetert en weer kan meedoen in de maatschappij. Begeleiding regulier bestaat uit: Activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en participatie; Het ondersteunen bij of het oefenen met en aanleren van vaardigheden of aansturen van algemene dagelijkse levensverrichtingen (hierna: ADL); Het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur of het voeren van regie, waaronder vaardigheden in zelfregelend vermogen; Het aansturen van gedrag. Specifiek gaat het om: Begeleiden in verband met tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties); Begeleiden bij sociaal-emotionele/psychische problematiek die samenhangt met de problematiek die de zelfredzaamheid en participatie beperkt; Begeleiden bij de opbouw en onderhoud van een sociaal netwerk en contacten met als doel zelfredzaamheid; Begeleiden bij het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijks leven door herhaling en methodische interventie. Begeleiding regulier heeft altijd een doel. De reguliere begeleiding vindt plaats op geplande momenten én waar nodig met behulp van digitale middelen via extra contactmoment(en) op afstand waarbij de privacy van de inwoner is geborgd. Begeleiding kan daarnaast ondersteund worden door gebruik van digitale middelen als WhatsApp, Facetime, of andere vormen van digitale contacten. De inzet van digitale middelen mogen geen volledige vervanging worden van face to face contact bij de inwoner. 2.6.1.1 Doelgroep Inwoners met psychische- en psychosociale klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een psychiatrische aandoening of beperking, psychogeriatrische aandoening/beperking, verstandelijke beperking, lichamelijke of zintuiglijke beperking, of een combinatie daarvan, met beperkingen op het terrein van- of knelpunten met: sociale redzaamheid; psychisch functioneren; bewegen en verplaatsen; geheugen en oriëntatie; probleemgedrag. De hulpvraag heeft o.a. de volgende kenmerken: De problematiek komt veelal voort uit een aandoening zoals hierboven beschreven; Er is sprake van langdurig tekortschietende zelfregie. De inwoner heeft ondersteuning nodig op één of op meerdere levensgebieden. De inwoner heeft redelijk tot matig inzicht in de eigen beperkingen zodat een bepaalde ver-antwoordelijkheid genomen kan worden door inwoner zelf. Onverwachte hulpvragen zijn planbaar en uitstelbaar tot volgende contactmomenten. 2.6.1.2 Instructie voor meerdere inwoners Veel begeleiding vanuit de Wmo gebeurt op individuele basis. Wanneer een aanbieder begeleiding regulier biedt en merkt dat de doelstellingen waaraan gewerkt wordt met de inwoner ook, of misschien zelfs beter, samen met meerdere inwoners kan plaats vinden, dan staan de gemeenten daar positief tegenover. Als instructie wordt geboden aan meerdere inwoners samen dan zijn hierop de volgende voorwaarden van toepassing: De instructie wordt aan maximaal 3 inwoners tegelijkertijd geboden; De instructie wordt geboden in een setting die toegankelijk en veilig is voor inwoners en waarbij iedere inwoner de aandacht krijgt die hij of zij nodig heeft; Bij de inrichting van het contract c.q. de werkafspraken wordt de wijze van registratie/monitoring vastgelegd. 2.6.2 Begeleiding individueel specialistisch Bij begeleiding specialistisch is er sprake van een tijdelijk interventie (maximaal 6 maanden) waarbij er een behoefte is aan extra, “andere” of aanvullende competenties en deskundigheid in verband met die specifieke situatie. Begeleiding specialistisch kan ingezet worden wanneer een situatie escaleert of dreigt te escaleren en er stabilisatie nodig is en is in principe altijd voor een kortere periode van toepassing (dit in tegenstelling tot reguliere begeleiding die vaak voor een langere periode van toepassing is). Uitgangspunt is dat begeleiding specialistisch wordt ingezet in plaats van de reguliere begeleiding. Een combinatie van of specifieke gedragsproblematiek is geen reden om begeleiding specialistisch in te zetten. Voorwaarde voor begeleiding specialistisch is dat er een reële verwachting bestaat dat de inwoner met behulp van de inzet van begeleiding specialistisch is te stabiliseren dan wel een positieve verandering door te maken en/of de inzet van specialistische begeleiding bijdraagt aan versnelde zelfredzaamheid en participatie. Dit zodat daarna de reguliere begeleiding weer een toereikende maatwerkvoorziening is. Bij verslechtering of aanvullende problematiek moet altijd een kritische afweging worden gemaakt of er nog sprake is van maatwerkondersteuning vanuit de Wmo of dat behandeling voorliggend is 2.6.2.1 Doelgroep Inwoners met psychische- en psychosociale klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een psychiatrische aandoening of beperking, psychogeriatrische aandoening/beperking, verstandelijke beperking, lichamelijke of zintuiglijke beperking, of een combinatie daarvan, met beperkingen op het terrein van- of knelpunten met: sociale redzaamheid; psychisch functioneren; bewegen en verplaatsen; geheugen en oriëntatie; probleemgedrag. Onderstaande kenmerken maken dat een inwoner in aanmerking kan komen voor begeleiding specialistisch. Inwoner heeft ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregulerend vermogen of bij gedragsproblemen, zoals: Acute “extra” psychische en/of psychiatrische problematiek; Aanvullende diagnoses met invloed op het dagelijks functioneren van de inwoner; Minder remmingen op gedrag/zwaardere gedragsproblemen en/of onvoorspelbaarheid en/of grilligheid (geen standaard protocol van handelen mogelijk) dat niet hanteerbaar is voor de betrokkene zelf; Toename in destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander); Toename in zelf verwondend of zelfbeschadigend gedrag; Toename van complexe problematiek, waardoor er ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren ontstaan. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om zowel planbare als niet planbare ondersteuning. De inwoner heeft naast één of meerdere vaste dagen en tijdstippen begeleiding ook ondersteuning nodig wanneer zich een ad hoc situatie voordoet. De inwoner heeft dan direct ondersteuning nodig. Waardoor er bij niet ingrijpen sprake is van; Grote risico’s voor de veiligheid van de inwoner en omgeving en/of; Een sterkere toegenomen verslechtering van de gezondheidssituatie van de inwoner dan bij reguliere begeleiding in een meer stabiele situatie. 2.6.3 Begeleiding individueel waakvlam De Waakvlam begeleiding kan geïndiceerd worden na afloop van een indicatie begeleiding regulier. Gemeente geeft de dienstverleningsopdracht aan aanbieder om gedurende maximaal 1 jaar na afloop van indicatie maximaal 12 uur begeleiding regulier te bieden om een terugval van de inwoner te voorkomen. De Waakvlam begeleiding is bedoeld als een vorm van nazorg na afloop van de initiële indicatie begeleiding regulier. Door middel van begeleiding waakvlam houden Wmo-professionals en zorgaanbieders kwetsbare inwoners in beeld, ofwel een vinger aan de pols en wordt getracht te voorkomen dat er een terugval plaatsvindt. Voor de inwoner wordt de waakvlam ervaren als een extra steuntje in de rug, of ter ondersteuning bij het opbouwen/vergroten van het eigen netwerk. De aanbieder heeft de vrijheid om de waakvlam in te zetten op het moment dat hij dit nodig acht voor de inwoner/als de inwoner signalen geeft dat dit nodig zou zijn. Dit kan een korte periode met een hoge frequentie zijn of juist gedurende een jaar elke maand 1 begeleidingsmoment. De waakvlam staat garant voor maximaal 12 uur reguliere begeleiding met een looptijd van maximaal 1 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel