Het college kan het besluit tot toekenning van een gehandicaptenparkeerplaats intrekken en/of de gehandicaptenparkeerplaats opheffen indien:
de aanvrager hierom verzoekt;
de aanvrager verhuisd is;
de aanvrager feitelijk niet meer woont of verblijft op het in de aanvraag vermelde adres;
de aanvrager overleden is;
de gehandicaptenparkeerplaats is toegekend op grond van door de aanvrager verstrekte onjuiste gegevens en de parkeerplaats niet zou zijn toegekend indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag en beoordeling daarvan bekend zou zijn geweest;
de aanvrager die in de aanvraag als bestuurder is vermeld feitelijk niet langer de bestuurder van het voertuig is;
de aanvrager die in de aanvraag als bestuurder is vermeld geen rijbewijs of geen voertuig meer heeft;
de aanvrager niet meer beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart of niet langer in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerkaart;
de aanvrager de beschikking krijgt over parkeergelegenheid op eigen terrein (bijvoorbeeld garage, erf of eigen oprit);
de parkeerdruk binnen de loopafstand van de woning van de aanvrager zodanig is dat in het algemeen over voldoende en voor de aanvrager geschikte (openbare) parkeergelegenheid is voorzien.
Artikel 9