Naar hoofdinhoud
1.. Om voor de regeling in aanmerking te komen moet schriftelijk of digitaal een aanvraagformulier worden ingediend. 2.. Aanvrager is verplicht om medewerking te geven en inlichtingen te verstrekken op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, van de Participatiewet en om inzage te verlenen in alle zaken die van belang zijn om het recht te kunnen vaststellen. Aanvrager is verplicht om een kopie van een document te verstrekken als bedoeld in artikel 17, vierde lid, van de Participatiewet. Zowel de aanvrager als het (pleeg)kind moet geldig in Nederland verblijven. 3.. De persoonlijke situatie, het inkomen over de maand voorafgaand aan de aanvraag en het vermogen op de laatste dag voorafgaand aan de maand van aanvraag zijn bepalend voor het recht op en de hoogte van het budget. Dit is niet van toepassing als het voorzienbaar is dat er in de resterende periode tot en met 30 juni een wijziging optreedt in het recht op het Doe-budget. 4.. Bij zelfstandige ondernemers wordt voor het vaststellen van het inkomen de meest recente (niet ouder dan 2 jaar) aanslag inkomstenbelasting overlegd. Wanneer er nog geen voorlopige aanslag aangeleverd kan worden, volstaat de meest recente aangifte omzetbelasting. 5.. Het inkomen wordt bij wisselende inkomsten (verschil van minimaal € 50,- netto per maand), waarbij een eenmalige betaling van vakantiegeld of individueel keuzebudget buiten beschouwing blijft, vastgesteld aan de hand van het gemiddelde inkomen van drie maanden voorafgaande aan de aanvraag. 6.. Om aanspraak te maken op de regeling is het nodig om een keer per jaar een aanvraag in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel