Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.1.

Versterken van taal

Onderdeel van Nadere regel subsidie onderwijs gemeente Utrecht

Versterken van taal maakt in Utrecht deel uit van het onderwijsachterstandenbeleid. De aanvrager kan deze subsidie inzetten op de manier die past bij de taalachterstandenproblematiek van elke afzonderlijke school. De middelen voor taalachterstandenbestrijding dienen te worden ingezet in die groepen en voor die leerlingen die deze intensievere/extra inzet het hardst nodig hebben. Vanwege de doorgaande lijn met de voorschoolse educatie, wordt er verwacht dat een deel van deze middelen in ieder geval worden ingezet in de kleutergroepen. 1. Beoogd effect Leerlingen met (een risico op) een taalachterstand optimaal toerusten om hun schoolloopbaan goed te kunnen vervolgen. 2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager Deze subsidie kan worden aangevraagd door Utrechtse schoolbesturen primair onderwijs met een of meer scholen die volgens het CBS een achterstandsscore van minimaal 1,25 hebben. 3. Subsidiabele activiteiten Activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van leerlingen met (een risico op) een taalachterstand. 4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag In de aanvraag geeft de aanvrager zijn algemene visie op het bestrijden van taal/onderwijsachterstanden en welke scholen voor welke activiteiten subsidie ontvangen en hoeveel leerlingen met (een risico op) een taalachterstand met deze activiteiten worden bereikt. Er wordt een beschrijving op hoofdlijnen verwacht. 5. Verdeelsleutel subsidiebedrag Het voor deze activiteiten beschikbare subsidiebedrag wordt naar rato verdeeld onder de aanvragers op basis van de optelsom van alle achterstandsscores van alle scholen per bestuur die volgens het CBS een minimale gemiddelde achterstandsscore van 1,25 hebben. De gemiddelde achterstandsscore wordt berekend door de achterstandsscore [zonder drempel] te delen door het aantal leerlingen.

Rechtspraak bij dit artikel