1. Beoogd effect
De psychosociale pedagogische interventie richt zich op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten van jongeren met uiteenlopende (relatief lichte) psychosociale problemen, zoals gebrek aan motivatie, weinig zelfvertrouwen, geen vriend(inn)en, moeilijkheden thuis.
Doel van de hulp en ondersteuning is het duurzaam versterken en verbeteren van het functioneren van de jongere (en zijn omgeving) zodat de schoolloopbaan kan worden voortgezet.
2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager
De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen die samenwerken met Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs zoals gesteld in paragraaf 2.3.
3. Subsidiabele activiteiten
Een overleg met jongere, ouders, school en kernpartners (vooraf, tijdens en na het traject van hulpverlening).
Een ondersteuningsplan (onderdeel van het onderwijsondersteuningsplan en een eventueel gezinsplan).
Het bieden van hulp en ondersteuning aan jongeren met psychosociale problemen in kleine groepen (8-10 jongeren).
Het professionaliseren van schoolmedewerkers ten behoeve van de omgang met de jongere(n).
Deelname van leerlingen aan PPI gebeurt:
Op verzoek van de school en in nauwe samenwerking en afstemming met ouders/verzorgers, school en de kernpartners passend onderwijs (leerplicht, buurtteam Voortgezet Onderwijs, jeugdgezondheidszorg).
4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag
In aanvulling op artikel 2.1.5 geeft de aanvrager in de aanvraag een beschrijving van zijn visie op de hulp en ondersteuning aan jongeren met psychosociale problemen in het voortgezet onderwijs. De aanvrager geeft tevens aan welke rol hij voor zichzelf ziet in het Utrechts zorglandschap en hoe hij samenwerkt met andere Utrechtse partijen rondom de jongeren in het voortgezet onderwijs.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.3.
Psychosociale pedagogische interventie in het Voortgezet Onderwijs
Onderdeel van Nadere regel subsidie onderwijs gemeente Utrecht