Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2,3 en 4 van deze verordening of het daarin bepaalde buiten toepassing laten indien handelen overeenkomstig deze verordening voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze verordening te dienen doelen.