Lid 1
Het college legt het besluit om wel of geen maatwerkvoorziening te verstrekken vast in een beschikking.
Lid 2
In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
Lid 3
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn;
wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
indien van toepassing de termijn van 3 maanden waarbinnen de cliënt zich bij de aanbieder moet hebben gemeld als bedoeld in artikel 9 lid 2;
hoe de voorziening wordt verstrekt, en;
indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
Lid 4
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn;
de termijn van 3 maanden waarbinnen de cliënt het pgb moet besteden als bedoeld in artikel 9 lid 2;
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en
de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Lid 5
Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de inwoner daarover in de beschikking geïnformeerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 10