Naar hoofdinhoud
Lid 1 Wanneer de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning bekend is, verzamelt het college uitsluitend de voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de inwoner en zijn situatie (met betrekking tot de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning) en maakt binnen twee weken met hem een afspraak voor een gesprek. Lid 2 Voor of tijdens het gesprek verschaft de inwoner het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de inwoner op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De inwoner verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Lid 3 Als de inwoner genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de inwoner afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel