De systeembeheerder is bevoegd:
Direct maatregelen te treffen wanneer de continuïteit van het BRP-systeem acuut in het geding is en informeert (eventueel achteraf) de gegevensbeheerder, kwaliteitsbeheerder , functioneel (applicatie)beheerder en beveiligingscontroller;
Aanwijzingen te geven over:
Het beheren van het BRP-systeem;
Het beheren van bestanden opgeslagen in het BRP-systeem;
Reconstructiemaatregelen met betrekking tot het BRP-systeem.