Naar hoofdinhoud
1.. Voor het hebben van een grafbedekking moet van te voren melding worden gedaan door of namens de rechthebbende of de gebruiker bij het college. Bij de melding moet een situatieschets van de gewenste grafbedekking worden overgelegd. 2.. Het college kan nadere regels stellen omtrent de aard en de afmetingen van de grafbedekking, mede in relatie tot het aanzien van de begraafplaats, de benodigde duurzaamheid van de materialen, de deugdelijkheid van de constructie van de grafbedekking en de wijze en het tijdstip van aanbrengen van de grafbedekking. 3.. Het college verbiedt het aanbrengen van de grafbedekking, indien: niet voldaan wordt aan het bepaalde in de nadere regels als bedoeld in het tweede lid; bij de melding geen goede situatieschets van de gewenste grafbedekking is overgelegd. 4.. De grafbedekking kan worden aangelegd indien het college, op grond van het bepaalde in het derde lid, niet binnen twee weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste grafbedekking wordt verboden.

Rechtspraak bij dit artikel