**1..** Het (doen) plaatsen, herplaatsen, aanbrengen, onderhouden, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. Voordat men start met het (her)plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking neemt de rechthebbende of gebruiker contact op met de beheerder. Normaal onderhoudswerk aan de grafbedekking kan plaatsvinden buiten medeweten van de beheerder.
**2..** De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.
**3..** Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde, niet zijnde grafbeplanting, blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
**4..** De verwijdering van de grafbedekking, niet zijnde grafbeplanting, vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. De rechthebbende of de gebruiker wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een jaar het gewenste onderhoud of herstel uit te voeren. Als binnen deze termijn de grafbedekking nog niet behoorlijk in onderhoud is genomen of herstelt kan de beheerder maatregelen nemen zoals omschreven in lid 3. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
**5..** Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 21.