In de APV (artikel 2:10) is opgenomen dat het verboden is de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 4 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
Wanneer een reclame-uiting de doorgang niet belemmert en voldoet aan de redelijke eisen van welstand (hieronder wordt onder andere verstaan dat het past in de omgeving) is het niet verboden.
In het derde lid van artikel 2:10 van de APV is opgenomen dat het college, in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving, nadere regels kan stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
Omdat we onder reclameborden ook bijvoorbeeld beachflags en een polyester ijshoorn verstaan gebruiken we in deze regels de meeromvattende term: reclame-uiting in plaats van reclamebord.