**1..** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening of delen daarvan zijn belast de door het college aangewezen personen. Hierbij geldt het volgende:
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.1.1, 3.1.2, 3.2.1 en 3.3.1 zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (18.6, eerste lid, Omgevingswet) door het college aangewezen personen.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.1.4 t/m 2.1.13 zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 2.1.1 t/m 2.1.3, 3.2.2, 3.3.2, 4.1.1 t/m 4.2.2, 5.1.2 t/m 5.2.5, 6.2.1, 6.2.2, 7.2.1, 8.1.1 t/m 8.2.2 en 9.1.2 t/m 9.1.7 bepaalde zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Onverminderd het in lid c gestelde, zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de artikelen 2.1.1 t/m 2.1.3, 3.2.2, 3.3.2, 4.1.1 t/m 4.2.2, 5.1.2 t/m 5.2.5, 6.2.1, 6.2.2, 7.2.1, 8.1.1 t/m 8.2.2 en 9.1.2 t/m 9.1.7 gegeven voorschriften.
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.1.1