**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen.
**2..** Het verbod geldt niet voor:
houtopstanden met een diameter kleiner dan 15 cm op een hoogte gemeten van 1.30 meter;
houtopstanden gelegen in een voortuin kleiner dan 20m2 en een achtertuin tot 50m2;
(schub)coniferen, zoals de Chameacyparis, Cupressocyparis leylandii en Thuja;
houtopstanden die bij wijze van dunning moeten worden geveld;
dode houtopstanden;
houtopstanden die een onmiddellijk dreigend gevaar voor de omgeving vormen (noodkap);
houtopstanden met een besmettelijke (boom)ziekte.
**3..** In afwijking van artikel 9.1.7 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
**4..** Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1