Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregels wordt verstaan onder: aanbestedende dienst: de gemeente Rotterdam, mede namens 29 deelnemende Zuid-Hollandse gemeenten te weten: Albrandswaard, Barendrecht, Bodegraven-Reeuwijk, Brielle, Capelle a/d IJssel, Delft, Gouda, Hellevoetsluis, Hoeksche Waard, Kaag en Braassem, Krimpen a/d IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer, Zoeterwoude, Zuidplas; concessie: concessie voor openbare laaddiensten voor elektrisch vervoer voor Rotterdam en de regio inclusief bijbehorende documenten (projectnummer 1-D-33121-20); concessiehouder: degene die zich jegens concessieverlener verbindt tot het leveren van diensten ter uitvoering van en conform de afspraken uit de concessieovereenkomst; concessieovereenkomst: de overeenkomst behorende bij de aanbesteding van de concessie; concessieverlener: de gemeente die middels ondertekening van de concessieovereenkomst de concessie verleent; elektrisch voertuig: een voertuig zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 1, sub c, van de Wegenverkeerswet 1994, welk voertuig is geregistreerd bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en geheel of gedeeltelijk door een elektromotor wordt aangedreven, waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan deze batterij wordt opgeladen door middel van een voorziening buiten het voertuig; energie (in kWh): grootheid voor de benodigde energie, uitgedrukt in kilowattuur (kWh). 1 kWh is de hoeveelheid energie die nodig is om 1 uur lang 1 kW vermogen te leveren; exploitatie: het voor eigen rekening en risico en met winstoogmerk uitbaten van laadlocaties, waaronder onder meer valt: het inkopen van stroom, het leveren van stroom en verrekening met derden, het beheer en onderhoud van oplaadlocaties en systemen die daarvoor nodig zijn, alsmede de informatie- en dienstverlening aan gebruikers en de concessieverlener; explotatietermijn: de exploitatietermijn van de concessie. Deze termijn start op 1 juli 2021 en hieronder valt, naast hetgeen beschreven is onder exploitatie, ook de exploitatietermijn van de bestaande Openbare Laaddiensten uit de eerste concessie. Dit betreft de exploitatie en het beheer en onderhoud van de tijdens Concessie 1 (2013-2015) geplaatste Laadobjecten in Vlaardingen als deelnemende gemeente aan het project van de toenmalige stadsregio Rotterdam. Bij eenmalige verlenging van de Plaatsingstermijn met anderhalf jaar, loopt de Exploitatietermijn derhalve ook 1,5 jaar langer door en eindigt daarmee van rechtswege op 31 december 2030; gebruiker: een ieder die gebruik maakt van de openbare laaddiensten geleverd door de concessiehouder op een laadpunt en van de daarbij behorende laaddienstverlening; het college: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Vlaardingen; indiener: een ieder natuurlijk of rechtspersoon die bij het college, via de concessiehouder, een verzoek indient voor uitbreiding van het openbare laadnetwerk en bijbehorende openbare laaddienstverlening; laadplein: geconcentreerde combinatie van laadobjecten bestaande uit een primair laadobject en (een) secundair(e) laadobject(en), waarbij het laadplein via het primaire laadobject is aangesloten op het elektriciteitsnet via één netaansluiting; netbeheerder: de wettelijk aangewezen netbeheerder op de locatie waar de aansluiting aangevraagd wordt. In Vlaardingen is dit op het moment van het vaststellen van deze beleidsregels Stedin; openbare ruimte: voor een ieder toegankelijke, in gemeentelijk eigendom zijnde, buitenruimte; openbare laaddiensten: alle door concessiehouder te leveren diensten, waardoor elektrische voertuigen kunnen opladen in de openbare ruimte. Onderdeel hiervan zijn (niet limitatief) de exploitatie van laadlocaties, het beheer en onderhoud van laadobjecten en dienstverlening aan gebruikers (inclusief eventuele verrekening met derden); laadlocatie: locatie in de openbare ruimte waar één (of meerdere) laadobject(en) en (een) parkeerplaats (en) met belijning en bebording, uitsluitend ten behoeve van het laden van elektrische voertuigen, aanwezig is (zijn); laadobject: openbare voorziening met twee laadpunten waar een elektrisch voertuig kan worden geladen, waarbij: de laaddienst kan worden aan –en uitgeschakeld door gebruikers; een systeem van persoonlijke identificatie en beveiliging wordt gebruikt om de laaddienst aan-en uit te schakelen en misbruik te voorkomen; laadpunt: stekkeraansluiting op het laadobject waaraan een gebruiker een elektrisch voertuig kan opladen door hierop aan te sluiten met een laadkabel; laadvak: een bestaand standaard parkeervak, inclusief belijning en bebording (verkeersbesluit hiertoe genomen), dat uitsluitend bedoeld is om elektrische voertuigen op te laden; one-way deelauto: deelautoconcept waarbij de deelauto door gebruikers op verschillende plaatsen opgehaald en achtergelaten kan worden Voorbeelden van aanbieders: Juuve, Car2Go, Fetch. Ook wel ‘free floating’ genoemd; plaatsingstermijn: de termijn voor plaatsing van laadobjecten die start 1 juli 2021 en eindigt op 30 juni 2024. Bij een verlenging, die eenmaal mogelijk is voor 1,5 jaar, eindigt de plaatsingstermijn van rechtswege op 31 december 2025. Alle verzoeken tot uitbreiding van het openbare laadnetwerk die tijdens de plaatsingstermijn binnenkomen worden in deze termijn door de concessiehouder behandeld, waarbij plaatsing van het laadobject mogelijk buiten de plaatsingstermijn kan plaatsvinden. Verzoeken die na de plaatsingstermijn binnenkomen worden niet meer in behandeling genomen; two-way deelauto: deelautoconcept waarbij de deelauto een vaste standplaats heeft. Voorbeelden van aanbieders: Greenwheels, Buurauto. Ook wel ‘station based’ genoemd; verzoek: verzoek tot feitelijk handelen met betrekking tot uitbreiding van het openbare laadnetwerk; zakelijke veelrijder: gebruiker die een (elektrische)auto gebruikt als onderdeel van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld in de zakelijke dienstverlening, voor het professioneel vervoer van personen (taxi’s, onderwijs-en zorgvervoer), goederen (bezorgdiensten, bevoorrading winkels/horeca), rijdende diensten (rijscholen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel