Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1:

Artikel 1

– Begripsbepalingen

Onderdeel van ALGEMENE VERORDENING ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUREN 2021 GEMEENTE VALKENBURG AAN DE GEUL

In deze verordening wordt verstaan onder: a. belanghebbenden: de bewoners (omwonenden) en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidin-gen, waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. b. breekverbod: tijdelijke opschorting van graaf- en/of opbreekwerkzaamheden, op last van het college, in verband met vergunde evenementen of extreme weersomstandigheden. Onder extreme weersom-standigheden worden in ieder geval inbegrepen wateroverlast, sneeuwval of ijzel en vorst. Grondslag voor de opschorting is de overlast voor de bewoners en/of schade voor de gemeente Val-kenburg aan de Geul door bijvoorbeeld breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal of niet goed te verdichten ondergrond dan wel het niet (meer) aaneengesloten kunnen afwerken van sleu-ven of verhardingen. c. boring: het maken van een holle ruimte in de grond, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen. d. bovengrondse voorzieningen: transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onder-deel uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in. onderdeel o van dit artikel, die bovengronds in de openbare ruimte worden geplaatst. e. calamiteit: 1 een onvoorziene gebeurtenis zoals een onderbreking in de voorziening met een overschrijding van de voor ver-storingen gehanteerde “normale” tijdsduur en aantal klanten; 2 een aanzienlijke, ongecontroleerde waterlekkage of gas-uitstroming onder hoge druk; 3 een ernstig ongeval door bijv. brand of explosie met een grote maatschappelijke impact ten aanzien van de open-bare orde en/of veiligheid. f. college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Valkenburg aan de Geul dan wel de gemandateerde medewer-ker. g. digitale meldsysteem: dit is het digitale meldsysteem, (MOOR) dat door het college wordt gehanteerd en waarmee de communicatie over kabels en leidingen met het college dient te worden gevoerd. h. gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht, artikel 5.2, eerste lid van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst. i. groenvoorziening: het geheel van aanplant, zoals bomen, beplanting, bosplant-soen, bloemberm, gras of gazon. j. grondroerder: degene, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerk-zaamheden feitelijk worden verricht. k. handhole: afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbren-gen van voornamelijk appendages of apparatuur met toegangs-luik onder de verharding of op maaiveldniveau, l. (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt onder andere ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onder a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken. m. instemmingsbesluit: besluit van het college op een melding van voorgenomen werk-zaamheden aan kabels ten behoeve van een openbaar elektro-nisch communicatienetwerk, als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid van de Telecommunicatiewet (niet zijnde werkzaamheden van niet-ingrijpende aard dan wel spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten. n. kabels en/of leidingen: kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transforma-tor-, schakel-, verdeel- en onderstations, voorzieningen (afslui-ters, brandkranen, lassen etc.) en andere hulpmiddelen, behou-dens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen bin-nen de installatie van een producent of van een afnemer, en te-vens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteunings-werken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en/of leidingen zijn kabels als bedoeld in de Telecommunicatie-wet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), water-leidingen, stadsverwarmingsleidingen, kabels en/of leidingen ten behoeve van industriële netwerken en signaalkabels. o. net of netwerk: één of meerdere ondergrondse kabel(s) of lei-ding(en),daaronder mede begrepen lege buizen ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een, al dan niet openbaar, elektro-nisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. onder e en h van de Telecommunicatiewet). p. netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon • beheerder is van een net of netwerk voor levering van elek-triciteit, gas, water, warmte of WKO (Warmte Koude Opslag) of • aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk. q. melding: melding als bedoeld in artikel 4, tweede en vierde lid. Het betreft werkzaamheden, waarvoor geen vergunning of instemmingsbe-sluit noodzakelijk is. r. mantelbuis: beschermbuis (staal of kunststof) om een kabel of leiding. s. montagegat of lasgat: sleuven met over het algemeen beperkte afmetingen, die wor-den gemaakt t.b.v. de toegang tot een handhole, het opgraven van een kabelrol t.b.v. (huis)aansluitingen, het maken van aftak-kingen, voor het herstellen van kabel- of leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden. t. niet-openbare kabels en /of leidingen: kabels en/of leidingen dan wel het netwerk, waartoe deze beho-ren, die niet gebruikt worden om openbare (voor het publiek be-schikbare) diensten aan te bieden. u. openbare gronden: 1o openbare wegen met inbegrip van de daartoe beho-rende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, vi-aducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken. 2o wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoe-nen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn. v. persing: een (niet-) bestuurbare boortechniek, uitgevoerd vanuit een werkput, waarbij door een horizontaal heiblok een buis nage-noeg horizontaal in de grond wordt gedreven of getrokken w. sleuf: de opening die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten behoeve van het leggen van kabels en/of leidin-gen. x. verharding: gedeelte van de wegconstructie boven de funderingslaag. Ver-hardingen zijn onder te verdelen in: 1o gesloten verharding: een verharding met een aaneengesloten structuur, zoals: • asfaltverharding, • betonverharding, • open verharding voorzien van een gebonden voegvulling waardoor plaatvorming ontstaat, • half-verharding waarbij als gevolg van toe-voegstoffen of in het product aanwezige stof-fen een plaatvorming ontstaat. 2o open verharding: een verharding bestaande uit los naast elkaar gele-gen elementen. In tegenstelling tot een gesloten ver-harding heeft een open verharding voegen en is in meer of mindere mate water- en gasdoorlatend. Voorbeelden van open verhardingen zijn: • bestrating: een elementenverharding waarbij gebruik wordt gemaakt van materialen (ge-bakken of beton) in reguliere formaten en pa-tronen zoals: - gebakken klinkers dikformaat, waalformaat, keiformaat, - betonstraatstenen (BSS) 10 x 20 cm, - betontegels 30 x 30 cm tot 50 x 50 cm. • sierbestrating: een elementenverharding waarbij gebruik is gemaakt van bijzondere formaten en/of patronen zoals: - natuursteenverharding, - bestrating in afwijkende verbanden, - bijzondere objecten. 3o half-verharding: een half-verharding bestaat uit onsamenhangend ma-teriaal dat meer draagkracht levert dan de originele grond. Voorbeelden van half-verhardingsmaterialen zijn grind, gebroken puin, menggranulaat, gebroken na-tuursteen, leemgrind, kleischelpen, stol, boomschors en houtsnippers. Toelichting: - indien er tussen materialen binding ontstaat, is er niet langer sprake van een half-verharding. De hoe-veelheid binding bepaalt of er sprake is van half- of gesloten verharding. - voor de gebroken materialen zoals gebroken puin, menggranulaat en gebroken natuursteen geldt een maximale korrelafmeting van 50 mm. 4o gasdoorlatende verharding: een constructie van een open verharding al dan niet voorzien van een fundering van een ongebonden steenmengsel of een half-verharding waarbij geen binding optreedt. y. vergunning: besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen aan-eengesloten werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen (niet zijnde werkzaamheden van niet-ingrijpende aard dan wel spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten) in, op en bo-ven openbare gronden die door de gemeente beheerd worden, uitgezonderd voor kabels ten dienste van een openbaar elektro-nisch communicatienetwerk. z. werken: werken zijn te verdelen in: 1o grote werken: Alle werken met uitzondering van werkzaamheden van niet ingrijpende aard en spoedeisende werk-zaamheden c.q. calamiteiten. 2o werkzaamheden van niet ingrijpende aard: • het aanbrengen of opruimen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzienin-gen (mantelbuizen); • het maken van een montagegat c.q. lasgat in-clusief een opbreking met een beperkte afme-ting (maximaal 2 x 2m) die wordt gemaakt ten behoeve van: - toegang tot een handhole; - het plaatsen van afsluiters; • aftakkingen voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen; • inspectiedoeleinden • werkzaamheden (nieuw aanleg, reparaties of onderhoudswerk) aan kabels en/of leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan 15 meter; • een solo te plaatsen handhole c.q. kabelin-spectieput. 3o spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten: noodzakelijke werkzaamheden die geen uitstel dul-den ten gevolge van een ernstige belemmering of sto-ring in de dienstverlening via het betreffend net. Ca-lamiteiten zijn een mogelijk resultaat van de ernstige belemmering of storing. aa. werkzaamheden: handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclu-sief het opbreken en herstellen van de sleufverharding en sleufloze technieken in, op en boven openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel