Een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
op verzoek van de ontheffinghouder;
wanneer de houder van de ontheffing uit de Leenhofstraat hier niet meer woonachtig is;
indien de ontheffinghouder handelt in strijd met de ontheffing of de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen;
indien blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
indien sprake is van misbruik van de ontheffing;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist en verleend;
bij in gebreke blijven van de betaling voor de ontheffing of voor het verlengen van de ontheffing binnen de gestelde termijnen bedoeld in artikel 5 zesde lid;
na overlijden van de ontheffinghouder.
Onder misbruik van de ontheffing wordt in elk geval verstaan:
Het gebruiken van de ontheffing voor een ander doel dan waarvoor de ontheffing is afgegeven.
Het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige informatie ter verkrijging van een ontheffing.
Het aanbrengen van wijzigingen op het ontheffingsbewijs die niet door of namens het college zijn aangebracht.
Het niet (volledig) nakomen van het bepaalde bij of krachtens de verordening.
Indien sprake is van misbruik van de ontheffing als gevolg waarvan de ontheffing door het college van B&W is ingetrokken, zal gedurende het lopende en het daaropvolgende kalenderjaar geen nieuwe ontheffing worden verleend.
Bij het intrekken van de ontheffing wordt geen vergoeding aan de ontheffinghouder betaald voor de periode waarover de ontheffing nog geldig zou zijn geweest.
Artikel 5