Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Vaststelling waarde woning

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz gemeente Waddinxveen

1.. De geldlening als bedoeld in artikel 2.2, is ten hoogste gelijk aan de waarde van de woning, verminderd met de reeds op de woning rustende hypotheekschuld en het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 tweede lid onder d van de wet. 2.. De waarde van de woning of de woonwagen wordt vastgesteld overeenkomstig de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering zoals bedoeld in artikel 34, lid 1, van de wet. De woning c.q. de woonwagen dient getaxeerd te worden door een in overleg met belanghebbende aan te wijzen erkende makelaar/taxateur, tenzij belanghebbende een taxatierapport aantoont, dat niet ouder is dan twaalf maanden. Dit taxatierapport moet bij het vaststellen van de waarde van de woning c.q. de woonwagen uitgaan van een onbewoonde staat en vrij van huur. 3.. In geval van een woonschip wordt de waarde vastgesteld op basis van een taxatie door een in overleg met belanghebbende aan te wijzen erkende makelaar, tenzij belanghebbende een taxatierapport toont, dat niet ouder is dan twaalf maanden. Dit taxatierapport moet uitgaan van de waarde van het woonschip in onbewoonde staat en vrij van huur. 4.. De kosten van taxatie, de hypotheekakte, de inschrijving van de hypotheek en de bijkomende kosten komen ten laste van belanghebbende. De bijstand voor deze kosten wordt aangemerkt als bijzondere bijstand. Indien niet wordt overgegaan tot het vestigen van een krediethypotheek buiten de schuld van belanghebbende, kunnen de kosten van taxatie als bijzondere bijstand om niet aan belanghebbende worden vergoed. 5.. Indien van toepassing moet in dit artikel in plaats van het begrip hypotheek het begrip pand worden gelezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel