**1..** Aflossing vindt plaats gedurende een periode van maximaal tien (10) jaar. Na deze periode wordt de restant schuld kwijtgescholden. Dit met uitzondering van hetgeen gesteld in lid 7 van dit artikel.
**2..** De in het eerste lid benoemde aflossing start na beëindiging van de uitkering, vanaf het moment dat de betalingsverplichting is opgelegd, en vindt maandelijks plaats.
**3..** Het aflossingsbedrag wordt telkens voor de periode van twee (2) jaar vastgesteld. De aflossing wordt als regel bepaald op de helft van het verschil tussen het inkomen en de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**4..** Bij een inkomen gelijk aan de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm wordt niet overgegaan tot aflossing.
**5..** Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven kan het aflossingsbedrag tussentijds aangepast worden.
**6..** Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode verwijtbaar nalatig is in het voldoen van de aflossing is het nog niet afgeloste deel van de lening terstond opeisbaar en is daarover wettelijke rente verschuldigd.
**7..** Wanneer uitstel van betaling is verleend wegens het ontbreken van draagkracht, wordt de periode van aflossing verlengd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6
Aflossingsvoorwaarden geldlening
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz gemeente Waddinxveen