Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.22

Bijzondere bijstand voor levensonderhoud

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz gemeente Waddinxveen

1.. Bijzondere bijstand aan 18- tot 21-jarigen is slechts mogelijk in geval de noodzakelijke kosten voor het levensonderhoud uitgaan boven de bijstandsnorm en belanghebbende voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat: de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan worden gemaakt. 2.. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor een belanghebbende die 21 jaar of ouder is, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. 3.. In afwijking van artikel 13 lid 2 van de Wet kan een belanghebbende, die in een inrichting of een daarmee gelijkgestelde instelling verblijft, bijzondere bijstand ontvangen conform lid 1 van dit artikel. 4.. De hoogte van de bijzondere bijstand voor een belanghebbende die in een inrichting verblijft, wordt gelijkgesteld aan de norm 21-jarigen tot de pensioengerechtigde leeftijd zoals vermeld in artikel 23 van de Wet. 5.. De bijzondere bijstand voor levensonderhoud betreft bruto belaste uitkering waarvoor de premies Volksverzekeringen worden afgedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel