**1..** In aanmerking voor individuele bijzondere bijstand komt de belanghebbende:
die minimaal 18 jaar of ouder is en niet als student is aan te merken in de zin van de Wet studiefinanciering 2000, of de persoon die onderwijs volgt waarvoor hij in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, of de persoon die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt;
aan wie rechtens zijn vrijheid niet is ontnomen zoals bepaald in artikel 13 van de wet, tenzij het college omwille van zeer dringende redenen een uitzondering daarop maakt;
die niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het minimuminkomen, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag of het bescheiden vermogen.
**2..** Tot de draagkracht wordt, tenzij hiervan in deze beleidsregels uitdrukkelijk wordt afgeweken, gerekend:
100% van het inkomen boven de 130% van de voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm;
100% van het vermogen boven het bescheiden vermogen, dat wil zeggen boven de vermogensgrenzen als bedoeld in artikel 34 van de wet.
**3..** In geval van een aanvraag voor de onderstaande vergoedingen wordt, in tegenstelling tot lid 2, onder c 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm tot de draagkracht gerekend in geval van:
bijstand voor 18- tot 21-jarigen, voor zover die de landelijke norm te boven gaat;
bijstand voor 18- tot 21-jarigen in een inrichting;
bijstand voor kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.
**4..** Bij het vaststellen van het vermogen kan bij ouderen, mensen met AOW-gerechtigde leeftijd, een extra vrijlating worden toegepast van het door Nibud vastgestelde bedrag per persoon voor een uitvaart indien zij aan kunnen tonen niet te beschikken over een adequate uitvaartverzekering, maar hiervoor op een aparte rekening reserveren.
**5..** Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode sprake is van een inkomensstijging of daling, dan wordt de draagkracht niet gewijzigd.
**6..** Een uitzondering op lid 5 is een substantiële wijziging van ten minste 25% van het inkomen per maand, bij een nieuwe aanvraag, tijdens een vastgestelde draagkrachtperiode. De vastgestelde draagkracht uit inkomen of vermogen wordt herbeoordeeld en getoetst aan het tweede lid. Indien niet meer wordt voldaan aan deze criteria wordt het recht ingetrokken en beëindigd.
**7..** De draagkracht wordt berekend voor een periode van 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de eerste kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd zijn gemaakt.
**8..** In afwijking van lid 7 wordt voor een pensioengerechtigde de draagkracht eenmaal per 3 jaar vastgesteld, onder de voorwaarde dat wijzigingen in het inkomen en vermogen worden doorgeven.
**9..** Periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt.
**10..** Periodieke bijzondere bijstand wordt aan een pensioengerechtigde toegekend voor een periode van maximaal 3 jaar, vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt.
**11..** Het vastgestelde draagkrachtjaar wordt volledig aangewend.
**12..** De bijzondere bijstand betreft een doelverstrekking en dient uitsluitend te worden aangewend voor de kosten waarvoor de bijstand is verstrekt.
**13..** Indien blijkt dat er onjuist gebruik is gemaakt van de verstrekte bijzondere bijstand kan het gehele bedrag worden teruggevorderd conform de Wet.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Voorwaarden, draagkracht en toekenning
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz gemeente Waddinxveen