Naar hoofdinhoud
Onderwijsinstellingen mogen slechts onderwijsactiviteiten verzorgen, indien de onderwijsinstelling er zorg voor draagt dat de veiligeafstandsnorm in acht wordt genomen, behoudens de uitzonderingen genoemd in artikel 58f Wpg en hoofdstuk 2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Instellingen voor voortgezet onderwijs dragen er bovendien zorg voor dat iedere ingeschreven leerling ten minste 1 dag in de week kan deelnemen aan onderwijsactiviteiten op de instelling. Tot slot nemen onderwijsinstellingen de generieke kaders voor onderwijsinstellingen van het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) in acht. Handhavingslijn: De onderwijsinstelling draagt er zorg voor dat de generieke kaders voor onderwijsinstellingen van het RIVM in acht worden genomen en dat iedere ingeschreven leerling of student kan deelnemen aan onderwijsactiviteiten op de instelling Bij overtreding door de onderwijsinstelling, wordt door de burgemeester in overleg getreden met het bestuur van de onderwijsinstelling over de vervolgstappen en met de inspectie van onderwijs. Mondkapjesplicht in instellingen voor voortgezet onderwijs Personen in een instelling voor voortgezet onderwijs of een andere ruimte die door een instelling voor voortgezet onderwijs voor onderwijsactiviteiten wordt gebruikt, dienen een mondkapje te dragen. Dit geldt niet voor: voor personen op een vaste zit- of staanplaats die deelnemen aan een onderwijsactiviteit of een onderwijsactiviteit verzorgen; indien het dragen van een mondkapje een belemmering vormt voor deelname aan dan wel verzorging van een onderwijsactiviteit; voor personeelsleden van een onderwijsinstelling, indien deze een vaste zit- of staanplaats innemen; voor personen die etenswaren of dranken nuttigen, indien deze een vaste zit- of staanplaats innemen. Van een belemmering als hierboven genoemd onder b, is in ieder geval sprake bij activiteiten met betrekking tot lichamelijke opvoeding, zang, toneel en dans. De mondkapjesplicht geldt voorts niet: voor personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen; voor begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken, en voor personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien; voor personen tijdens het beoefenen van sport, waaronder het zwemmen in een zwembad, voor zover het dragen van een mondkapje de beoefening van de sport belemmert; voor personen tijdens het beoefenen van kunst en cultuur, voor zover het dragen van een mondkapje de kunst- en cultuurbeoefening belemmert; voor personen tijdens het poseren voor beeldende kunst, voor zover het gaat om het op beeld vastleggen van personen. indien het dragen van een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt. Handhavingslijn mondkapjesplicht: Aanwezigen leven het gebod op het dragen van een mondkapje na op basis van eigen verantwoordelijkheid. Zorgdragen voor de handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de verantwoordelijke voor de plaats. De verantwoordelijke spreekt de aanwezigen aan op het dragen van een mondkapje; Enkel bij excessen zal de toezichthouder ter plaatse worden gevraagd. Primair zal de toezichthouder de overtreder uit de plaats verwijderen en in het uiterste geval wordt proces-verbaal opgemaakt o.g.v. artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel