Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:25

Evenement

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Nederweert 2021

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement als: de organisator tenminste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een daartoe door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier. 4.. De burgemeester kan aan de melding voorschriften verbinden: ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op plaats en tijdstip, technische voorzieningen en verdere inrichting; in het belang van de veiligheid van personen of goederen; ter voorkoming van ernstige hinder voor deelnemers en derden op en rondom het terrein waarop het evenement plaats gaat vinden; in het belang van de openbare orde; in het belang van de bruikbaarheid van de weg en het doelmatig en veilig gebruik daarvan. 5.. De burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 6.. De organisator van het evenement of degene die daarbij de feitelijke leiding heeft, is verplicht: het evenement onverwijld te beëindigen indien daartoe door namens de burgemeester een bevel gegeven wordt; ervoor te zorgen dat, nadat het onder a. bedoelde bevel is gegeven, geen deelnemers meer tot het terrein worden toegelaten waarop het evenement plaatsvindt; ervoor te zorgen dat de aanwijzingen van de buitengewone opsporingsambtenaren, ambtenaren van politie en brandweer stipt en onverwijld worden opgevolgd. 7.. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 8.. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 9.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 10.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel