1. Een ieder die zich op het haventerrein bevindt, is gehouden afvalstoffen gescheiden te deponeren in de daarvoor geëigende depots of inzamelpunten. Bijzondere afvalstoffen/stortmateriaal mogen niet in de haven worden achtergelaten.
2. Ingeval van verontreiniging als bedoeld in artikel 3, onder b, is de havenmeester gerechtigd om op kosten van de veroorzaker de verontreinigingsstoffen te (doen) verwijderen.