Naar hoofdinhoud
1.. De raad benoemt of ontslaat de commissievoorzitter en diens plaatsvervanger. 2.. De commissievoorzitter is een raadslid, burgerfractielid of een externe persoon die niet werkzaam is voor de gemeente. 3.. De plaatsvervangend commissievoorzitter is een raadslid. 4.. De commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht. 5.. De commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Behoudens het geval dat de commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd. 6.. Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger er niet toe leidt dat de betrokken commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad besluiten tot ontslag. Artikel 31 van de Gemeentewet is van toepassing op de stemming inzake het ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel