Naar hoofdinhoud
1.. Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien de verpleegde/verzorgde of gedetineerde een bloed- of aanverwant is in de 1e of 2e graad (ouder, grootouder, kind, broer of zus). 2.. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op een bezoekfrequentie die past bij de persoonlijke omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel