**1..** Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien de verpleegde/verzorgde of gedetineerde een bloed- of aanverwant is in de 1e of 2e graad (ouder, grootouder, kind, broer of zus).
**2..** De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op een bezoekfrequentie die past bij de persoonlijke omstandigheden.
Hoofdstuk 6
Artikel 16