De gedragsaanwijzing kan alleen worden ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de woonoverlast tegen te gaan (“ultimum remedium”). Hiertoe behoort in elk geval:
minnelijk overleg met de overtreder van de zorgplicht of een andere ter beschikking staande vorm van (buurt)bemiddeling;
gebruik van huurrechtelijke bevoegdheden, waaronder door de verhuurder op te leggen specifieke gedragsregels of huuropzegging;
gebruik van een overheidsbevoegdheid ingevolge andere wet- en regelgeving zoals:
de Woningwet (aanschrijving) of andere bouwrechtelijke regelgeving
de Opiumwet (sluiting woning)
wet- en regelgeving op het gebied van milieuzorg
de overige bepalingen uit de APV
strafrechtelijk optreden en meer in het bijzonder het in beslag nemen van zaken waarmee de woonoverlast wordt gepleegd (zoals geluidsapparatuur);
civielrechtelijk optreden van belanghebbende(n) tegen de overtreder van de zorgplicht, tenzij de belanghebbende aannemelijk maakt dat dit middel geen effect zal sorteren of zulks in redelijkheid niet van hem kan worden verlangd.
Artikel 4
– Andere geschikte wijze
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Vaals houdende regels omtrent gedragsaanwijzing woonoverlast