De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan de Sociale Verzekeringsbank danwel de gemeente vindt plaats:
voor hulp bij het huishouden: jaarlijks achteraf, wordt gecontroleerd of de voorziening voldoende compenseert en op de juiste wijze wordt gebruikt;
voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen: na realisatie of aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2