Naar hoofdinhoud
1.. De bijdrage mag nooit meer bedragen dan de kostprijs van de voorziening in natura, respectievelijk het bedrag van de PGB, de maandhuur die de gemeente voor de verstrekte voorziening betaalt. Er wordt geen bijdrage in de kosten meer gevraagd als degene aan wie de voorziening is verstrekt is overleden; is verhuisd en daardoor geen gebruik meer kan maken van de verstrekte woonvoorziening; te kennen heeft gegeven geen gebruik meer te willen maken van een andere dan de onder b genoemde voorziening en er ook feitelijk geen gebruik van maakt. 2. . Een bijdrage in de kosten van een voorziening wordt niet opgelegd als de voorziening bestaat uit een algemene voorziening (bijvoorbeeld een maaltijdvoorziening of scootermobielpool). 3.. Een bijdrage in de kosten wordt niet opgelegd als de verstrekte voorziening bestaat uit Regiotaxi (collectief vraagafhankelijk vervoer). 4.. De bijdrage in de kosten wordt niet opgelegd: voor reparatie-, onderhouds-, verzekerings- en keuringskosten die niet bij de eerste verstrekking in de kosten van de voorziening zijn inbegrepen; over de jaarlijkse prijsverhoging (indexering) van de huurprijs die de gemeente betaalt voor hulpmiddelen; als een cliënt geen vrije beschikking heeft over zijn middelen en daardoor geen betalingscapaciteit heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen; In situaties dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelig is voor een persoonsgerichte aanpak om bepaalde specifieke doelgroepen mee te laten doen in de samenleving.

Rechtspraak bij dit artikel