Naar hoofdinhoud
1.. Het bedrag voor bouwkundige- of woontechnische woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van een door het college goedgekeurde offerte op basis van de kosten van de goedkoopst compenserende voorziening. 2.. Het persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening bedraagt maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie. 3.. De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen bedrag voor een woonvoorziening in natura bedraagt 100% van de voor vergoeding in aanmerking komende werkelijk gemaakte kosten van de goedkoopste compenserende voorziening. De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen persoonsgebonden budget in de kosten van een woningaanpassing, bedraagt 100% van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten van de goedkoopste compenserende voorziening zoals opgenomen in de door het college geaccordeerde offerte. 4.. Bij het opstellen van de kostenberekening en bij de beoordeling van de offerte wordt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid rekening gehouden met kostenposten voor woningaanpassingen en extra bouw en grondkosten. 5.. Het college van burgemeester en wethouders biedt de aanvrager van een woningaanpassing de keuze tussen een persoonsgebonden budget of het toekennen van een woonvoorziening in natura.

Rechtspraak bij dit artikel