**1..** De eigenaar-bewoner, die een woonvoorziening heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient volgens het door het college vastgelegde afschrijvingsschema te worden terugbetaald.
**2..** Deze verplichting is van toepassing als de woonvoorziening gerealiseerd is in de vorm van uitbreiding van de woning door een aan- op- of bijbouw al dan niet gepaard gaande met verwerving van de voor de bouw benodigde grond.
**3..** De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een beëdigd taxateur, aan te wijzen door de woningeigenaar.
**4..** Het te restitueren bedrag bedraagt voor het eerste jaar na gereedmelding 100 procent van de meerwaarde;
voor het tweede jaar 90% van de meerwaarde,
voor het derde jaar 80% van de meerwaarde,
voor het vierde jaar 70% van de meerwaarde,
voor het vijfde jaar 60% van de meerwaarde,
voor het zesde jaar 50% van de meerwaarde,
voor het zevende jaar 40% van de meerwaarde,
voor het achtste jaar 30% van de meerwaarde,
voor het negende jaar 20% van de meerwaarde,
voor het tiende jaar 10% van de meerwaarde.
maar nooit meer dan het bedrag dat ten laste van de gemeente is gekomen in verband met de getroffen voorzieningen. Op het te restitueren bedrag worden de kosten van de taxatie in mindering gebracht.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3