Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening 2021

De volgende reeds uitgegeven vergunningen blijven geldig (uitsterfconstructie): Sportverenigingsvergunningen die zijn afgegeven voor 1 januari 2018 en per die datum niet meer afgegeven zouden worden omdat in de parkeerverordening toen voor de gehele stad is opgenomen dat eigen parkeergelegenheid wordt afgetrokken (Daarvoor was dat alleen in Nieuw-West en Noord bepaald in de Uitwerkingsbesluiten); In verband met een uitsterfregeling kan in de (deel)vergunninggebieden Zuidoost-1c en Zuidoost-3d maximaal één bewonersvergunning per zelfstandige woning worden verleend aan een bewoner die reeds voor 1 januari 2018 stond ingeschreven als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres gelegen in (deel)vergunninggebied Zuidoost-1c of Zuidoost-3d dat hij ten tijde van de aanvraag bewoont als zelfstandige woning. Centrum Een bewonersvergunning of een milieuparkeervergunning van een bewoner kan op verzoek van een vergunninghouder overgaan op een huisgenoot. Daarbij wordt primair gekeken of de huisgenoot duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde met de vergunninghouder. Er dient te worden aangetoond dat de gezamenlijke huishouding voor minimaal een periode van 6 maanden voorafgaand aan het verzoek tot overgaan, op hetzelfde woonadres heeft plaatsgevonden. Gehandicapten, die op grond van de geldende criteria niet meer in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerkaart (ook wel GPK genoemd), kunnen op de wachtlijst worden geplaatst onder aftrek van de tijd waarin men over een gehandicaptenparkeerkaart beschikte. Is deze periode langer dan de duur van de wachtlijst in het betreffende vergunninggebied, dan komt men in aanmerking voor een bewoners -of bedrijfsparkeervergunning. Ook komt men in aanmerking voor een parkeervergunning als men voorafgaand aan de gehandicaptenparkeerkaart reeds een bewoners -of bedrijfsparkeervergunning had. Oost Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 1 juli 2000, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Oost-Watergraafsmeer, geldig voor het vergunninggebied Oost-1 (SO-35), destijds Oost-Watergraafsmeer 1, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 1 juli 2000, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Oost-Watergraafsmeer, geldig voor het vergunninggebied Oost-2 (SO-36), destijds Oost-Watergraafsmeer 2, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 5 april 2005, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van krachtzijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Zeeburg, geldig voor het vergunninggebied Oost-3 (ZB-65), destijds Zeeburg 1, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 1 november 2009, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Oost-Watergraafsmeer, geldig voor het vergunninggebied Oost-13 (WM-57), destijds Oost-Watergraafsmeer 5, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 1 november 2009, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Oost-Watergraafsmeer, geldig voor het vergunninggebied Oost-14 (WM-58), destijds Oost-Watergraafsmeer 6, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 1 november 2009, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Oost-Watergraafsmeer, geldig voor het vergunninggebied Oost-15 (WM-59), destijds Oost-Watergraafsmeer 7, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 1 oktober 2013, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Oost-Watergraafsmeer respectievelijk het stadsdeel Oost, geldig voor het vergunninggebied Oost-5 (WM-55), destijds Oost-Watergraafsmeer 3, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd vóór 1 oktober 2013, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Zeeburg respectievelijk het stadsdeel Oost, aangevraagd door eenbewoner binnen het deelvergunninggebied Oost-8b. (ZB67B) of deelvergunninggebied Oost-8c. (ZB67C), destijds Zeeburg 3b (tot 1 januari 2009: Zeeburg 4). respectievelijk Zeeburg 3c. (tot 1 januari 2009: Zeeburg 5), en geldig voor het vergunninggebied Oost-8 (ZB-67), destijds Zeeburg 3 (tot 1 januari 2009: Zeeburg 4 respectievelijk Zeeburg 5), wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een tweede bewonersvergunning, die is aangevraagd door een bewoner binnen het deelvergunninggebied Oost-5d (De Omval) vóór 1 januari 2018, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel Oost 2016, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Indien de houder van een in de leden 1. tot en met 9. genoemde tweede bewonersvergunning verhuist naar een ander vergunninggebied, wordt die tweede bewonersvergunning niet langer geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Een bedrijfsvergunning, die is aangevraagd vóór 1 januari 2014, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening van het toenmalige stadsdeel Zeeburg respectievelijk het stadsdeel Oost, aangevraagd door een bedrijf binnen het deelvergunninggebied Oost-8c (ZB67C), destijds Zeeburg 3c (tot 1 januari 2009: Zeeburg 5), wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 10, lid 2, indien deze vergunning boven de in dat lid gestelde norm is verleend, zo lang het deelvergunningenplafond voor dit deelvergunninggebied niet is bereikt. Indien het bedrijf, waaraan een in het elfde lid bedoelde vergunning is verleend, verhuist naar een locatie buiten het deelvergunninggebied Oost-8c. (ZB67C), worden de in het elfde lid bedoelde vergunningen niet langer beschouwd als te voldoen aan het gestelde in artikel 10, lid 2. Een tweede bewonersvergunning, die vóór 1 januari 2017 is verleend aan degene aan wie, uitsluitend voor de uitoefening van zijn beroep, ten behoeve van dat voertuig, door zijn werkgever een bedrijfsvoertuig op grijs kenteken ter beschikking is gesteld, en vervolgens is verleend in overeenstemming met het op dat moment van kracht zijnde artikel in het Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel Oost 2016, wordt geacht te voldoen aan het gestelde in artikel 9, lid 1. Bewonersvergunningen in Oost die zijn verleend voor 15 april 2011, maar waarvan de houder een stallingsplaats had kunnen kopen of huren, blijven geldig. West Uitsluitend aan de eerste eigenaren van de koopwoningen in het nieuwbouwproject De Houtman met de adressen Houtmankade 40U en Van Noordtkade 3E, 3H, 5A, 5D en 7D die bij de oplevering van dit nieuwbouwproject geen stallingplaats hebben gekocht kan in afwijking van het vergunningplafond zoals omschreven in artikel 3 sub f en artikel 4, een bewonersvergunning, bedrijfsvergunning, milieu-parkeervergunning voor bewoners dan wel milieuparkeervergunning voor bedrijven worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel