Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Afzien van uitvoering van verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ De Fryske Marren

Het college ziet af van een verlaging als: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden. Het college voert een verlaging niet uit als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Als op grond van dringende redenen een verlaging niet wordt uitgevoerd, wordt de belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Ondanks dat geen verlaging wordt uitgevoerd telt de verwijtbare gedraging wel mee voor recidive.

Rechtspraak bij dit artikel