Naar hoofdinhoud
Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen bij een ontwikkeling benodigd zijn, heeft de gemeente parkeernormen geformuleerd. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening mag de Bouwverordening geen stedenbouwkundige voorschriften meer bevatten. Parkeren moet in een bestemmingsplan zijn geregeld. In de bestemmingsplannen van de gemeente Zandvoort staat in de planregels een verwijzing naar de parkeernormering. Door een aparte Parkeernormennota te gebruiken, is het niet noodzakelijk in bestemmingsplannen parkeernormering in detail op te nemen. Vanuit het betreffende bestemmingsplan kan in de planregels (en de toelichting) naar de Parkeernormennota worden verwezen. Inzichtelijk moet zijn dat het parkeren uitvoerbaar is. De Parkeernormennota dient ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt te worden, waarvoor een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld of waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt aangevraagd. Na de vaststelling van de Parkeernormennota zijn de hierin beschreven parkeernormen en werkwijze van toepassing op alle toekomstige ruimtelijke plannen en projecten waarbij het bestemmingsplan na 2012 is vastgesteld. Deze bestemmingsplannen kennen namelijk de verwijzing naar de Parkeernormennota 2012 of diens opvolger. Voor de bestemmingsplannen van voor 2012 (o.a. Midden Boulevard, Noord Boulevard en Nieuw Noord) geldt dit niet, omdat in deze bestemmingsplannen specifieke parkeernormering is opgenomen onder verwijzing naar CROW (ASVV2004 of CROW-publicatie 182). Dit betekent dat de parkeernormen in deze bestemmingsplannen iets hoger liggen dan in deze Parkeernormennota. De eis dat het parkeren op eigen terrein moet worden voorzien, is binnen de betreffende bestemmingsplannen wel geregeld. Het eerste moment waarop dit aangepast kan worden naar de nieuwe parkeernormen is bij de vaststelling van het Omgevingsplan bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de gevallen waarin de toepassing van de oude parkeernormen gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met die parkeernormen te dienen doelen, heeft het college de bevoegdheid om van die parkeernormen af te wijken (artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht). Bij de beoordeling van zo’n geval dienen alle relevante omstandigheden in ogenschouw te worden genomen. Daarbij kan een rol spelen dat er inmiddels een nieuwe parkeernormennota is vastgesteld die binnen een afzienbare en overzichtelijk tijdsbestek ook voor de oude bestemmingspannen zal gaan gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel