Naar hoofdinhoud
In dit hoofdstuk zijn de horeca gerelateerde vergunningen, vrijstellingen, ontheffingen en meldingen opgenomen. Daar waar dat van toepassing is, zijn tevens de bestaande beleidsregels opgenomen of genoemd. Met beleidsregels wordt gedoeld op het toetsingskader, dat wordt gehanteerd bij de beoordeling van vergunning- of ontheffingsaanvragen. Het bestuursorgaan, dat bevoegd is hierover te beslissen, kan in beleidsregels vooraf kenbaar maken hoe wettelijke voorschriften worden uitgelegd en welke uitgangspunten en omstandigheden van belang zijn bij de beoordeling van een vergunning- of ontheffingsaanvraag. In het beleid wordt het toetsingskader gegeven voor de manier waarop belangen worden afgewogen, feiten worden vastgesteld en/of wettelijke voorschriften worden uitgelegd. Bij het bepalen van de beleidsregels blijft het bestuursorgaan binnen de wettelijke criteria met betrekking tot de vergunning- of ontheffingsverlening. Binnen de ene wetgeving is meer vrije beoordelingsruimte mogelijk dan bij andere wetgeving. Bijvoorbeeld: het college heeft een behoorlijke vrijheid bij het bepalen van de inhoud van de exploitatievergunningen, daarentegen is er weinig vrijheid bij de beoordeling van een aanvraag voor een drank- en horecavergunning. In de Drank- en Horecawet zijn immers diverse toetsingscriteria opgenomen, die dwingend voorschrijven wanneer een vergunning verleend of geweigerd moet worden. Bij het verlenen van een vergunning of ontheffing is maatwerk nodig, omdat de inhoud bepaald wordt op basis van de concrete situatie. Bij het leveren van dit maatwerk wordt niet afgeweken van de beleidsuitgangspunten, maar worden deze indien nodig nader ingevuld in de vergunning of ontheffing. Het beleid kan immers niet alles tot in detail regelen. Niet alles is voorzienbaar, daarom heeft het bevoegde bestuursorgaan bij hoge uitzondering de mogelijkheid af te wijken van de beleidsuitgangspunten, indien deze voor één of meerdere belanghebbenden gevolgen zouden hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (de zogenaamde inherente afwijkingsbevoegdheid, als bedoeld in art. 4:84 Awb). Als het bestuursorgaan afwijkt van het beleid, zal deze dit altijd gemotiveerd aangeven. Hiermee wordt voorkomen dat het bestuursorgaan naar willekeur afwijkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel