Naar hoofdinhoud
2.3.1 Procedure aanvraag artikel 2:28 APV-vergunning (exploitatie) 2.3.1.1 Aanvraag De aanvraag van deze vergunning wordt ingediend via een vooraf opgesteld aanvraagformulier ‘Aanvraag ter verkrijging van een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting, inclusief de eventuele bijbehorende terrassen’. De gemeente heeft een aanvraagformulier opgesteld welke gebruikt wordt bij het aanvragen van een exploitatievergunning. Naast het indienen van de aanvraag om een exploitatievergunning dient ook het BIBOB-vragenformulier volledig ingediend te worden (bij horecaondernemers waarbij dit van toepassing is). 2.3.1.2 Behandeltermijn De beslistermijn begint op grond van artikel 4:13 van de Awb na ontvangst van de aanvraag. Gedurende de periode dat de aanvraag nog niet volledig is en conform artikel 4:5 Awb om aanvulling is verzocht, wordt de termijn op grond van artikel 4:15 van de Awb opgeschort. Op grond van artikel 1:2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag voor een vergunning binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. Het verstrijken van de termijn leidt niet tot een vergunning van rechtswege. 2.3.1.3 Behandelprocedure De aanvraag om een exploitatievergunning wordt over het algemeen in een persoonlijk gesprek ingediend. Ambtenaar en horecaondernemer kunnen direct kennismaken en de ambtenaar kan constateren of de aanvraag volledig is. Volledig betekent dat alle benodigde gegevens ingevuld zijn en inclusief alle bij de aanvraag behorende bijlagen en het vragenformulier Bibob. De aanvraag wordt door de betrokken afdeling in behandeling genomen. Dit houdt in dat de eisen die in de APV staan getoetst worden. 2.3.1.4 Zienswijze Na het destijds vaststellen van deze nota, wordt de aanvraag om een exploitatievergunning te verlenen op de gemeentelijke infopagina in het Kontakt en op de website van de gemeente gepubliceerd worden. Daarbij wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om gedurende twee weken na de publicatie een zienswijze naar voren te brengen. Deze zienswijze zal bij de besluitvorming worden betrokken. Op deze wijze wordt getracht de omgeving van de openbare inrichting in een zo vroeg mogelijk stadium van de vergunningverlening te betrekken, zonder dat dit vertragend werkt voor de horeca-ondernemer. 2.3.1.5 Vergunningsvoorschriften In artikel 1:4 van de APV staat dat aan een vergunning voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. 2.3.1.6 Bekendmaking Het besluit, de exploitatievergunning, zal aan de aanvrager worden toegezonden en middels publicatie op de gemeentelijke infopagina van Het Kontakt en op de website van de gemeente bekend worden gemaakt. Tegen het besluit staat voor belanghebbenden gedurende zes weken na toezending aan de aanvrager, de mogelijkheid voor het indienen van bezwaar open. 2.3.2 Procedure aanvraag artikel 3 Drank- en Horecavergunning (regulier) 2.3.2.1 Aanvraag De aanvraag van deze vergunning gebeurt via de in de (landelijke) Regeling aanvraaggegevens en formulieren Drank- en Horecawet vastgestelde formulieren (deze formulieren zijn op het gemeentehuis of via de website van de gemeente verkrijgbaar). Naast de indiening van de aanvraag om een drank- en horecavergunning dient ook het BIBOB-vragenformulier volledig ingediend te worden. 2.3.2.2 Behandeltermijn De beslistermijn begint te lopen, op grond van artikel 4:13 van de Awb, na ontvangst van de aanvraag. Gedurende de periode dat de aanvraag niet volledig is en conform artikel 4:5 Awb om aanvulling is verzocht, wordt de termijn op grond van artikel 4:15 van de Awb opgeschort. Op de aanvraag voor een vergunning moet binnen acht weken worden beslist. Het verstrijken van de termijn leidt niet tot een vergunning van rechtswege. 2.3.2.3 Behandelprocedure De aanvraag om drank- en horecavergunning wordt over het algemeen in een persoonlijk gesprek ingediend. De medewerker van de gemeente en de horecaondernemer kunnen direct kennismaken en de ambtenaar kan constateren of de aanvraag volledig is. Volledig betekent dat alle benodigde gegevens ingevuld zijn en inclusief alle bij de aanvraag behorende bijlagen, waaronder het tonen van de originele verklaringen SVH van de leidinggevende(n). Daarnaast dient het vragenformulier BIBOB ook volledig ingediend te worden. De aanvraag wordt door de betrokken afdeling in behandeling genomen. Dit houdt in dat de eisen die in de Drank- en Horecawet staan, getoetst worden, bijvoorbeeld of een leidinggevende niet bij justitie bekend is en de inrichting voldoet aan de eisen. Als aan alle eisen wordt voldaan zal de vergunning verleend worden. 2.3.2.4 Vergunningsvoorschriften Artikel 29 van de Drank- en Horecawet geeft aan welke gegevens in de vergunning moeten worden vermeld: de vergunninghouder; tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; de plaats waar de inrichting zich bevindt; de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen; de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden. In lid 2 is bepaald dat de burgemeester in een aanhangsel van de vergunning de leidinggevenden vermeldt. Daarnaast is in lid 3 bepaald dat de vergunning en het daarbij behorende aanhangsel of afschriften daarvan in de inrichting aanwezig moeten zijn en is in lid 4 bepaald dat de vergunning en het aanhangsel opgesteld worden op een formulier, waarvan het model door Onze Minister is vastgesteld. 2.3.2.5 Weigeren vergunning Een vergunning kan worden geweigerd, bijvoorbeeld in de gevallen als genoemd in artikel 27 van de Drank- en Horecawet, maar ook op grond van artikel 3 Wet Bibob. De aanvrager wordt in kennis gesteld van het voornemen om tot weigering over te gaan. Op grond van artikel 4:7 Awb wordt de aanvrager gedurende twee weken na verzending van het voornemen in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze hiertegen kenbaar te maken. De zienswijze zal worden betrokken bij de besluitvorming over het al dan niet weigeren of verlenen van de vergunning. 2.3.2.6 Bekendmaking Het besluit, de drank- en horecavergunning te weigeren of verlenen, zal aan de aanvrager worden toegezonden. Van vergunningverlening wordt tevens melding gemaakt middels publicatie op de gemeentelijke infopagina van het Kontakt en op de website van de gemeente. Tegen het besluit staat voor belanghebbenden gedurende zes weken na toezending aan de aanvrager, de mogelijkheid voor het indienen van bezwaar open. 2.3.3 Procedure aanvraag artikel 4 Drank- en Horecavergunning (paracommercieel) De procedure om te komen tot een drank- en horecavergunning voor een paracommerciële instelling wijkt enigszins af van de hiervoor genoemde vergunningverlening aan commerciële bedrijven. In artikel 6 van de Drank- en Horecawet staat vermeld dat op de voorbereiding afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Daar waar de procedure identiek is aan de procedure voor een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet, zoals ten aanzien van de aanvraag, behandeltermijn en de behandelprocedure, wordt naar de vorige paragraaf verwezen. In beginsel hoeven paracommerciële horecabedrijven geen Bibob-vragenfomulier in te dienen. Dit is geregeld in het Bibob-beleid: ‘Indien een vereniging of stichting een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet of exploitatievergunning ingevolge de APV aanvraagt, wordt in beginsel van het toepassen van deze beleidslijn afgezien. De beleidslijn kan ad hoc wel worden toegepast t.a.v. laatstgenoemde aanvragen, bijvoorbeeld indien beschikbaar gekomen informatie daartoe aanleiding geeft’. 2.3.3.1 Bestuursreglement Op basis van artikel 9 DHW is het verplicht dat het bestuur voor het verkrijgen van een vergunning een reglement vaststelt dat waarborgt dat de verstrekking van alcoholhoudende drank in de inrichting vanuit het oogpunt van sociale hygiëne op verantwoorde wijze geschiedt. De kwalificatienormen hiervoor worden eveneens in dit reglement vastgesteld. Het reglement geeft in ieder geval aan welke kwalificatienormen worden gesteld aan de voorlichtingsinstructie op het gebied van sociale hygiëne die barvrijwilligers krijgen om te kunnen voldoen aan de eis gesteld in artikel 24, tweede lid onder c. Het reglement voorziet voorts in de wijze waarop wordt toegezien op de naleving. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het reglement. 2.3.3.2 Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht Zodra beoordeeld is of de vergunning al dan niet verleend kan worden, wordt de aanvraag, met het ontwerpbesluit en alle daarop betrekking hebbende stukken voor een periode van ten minste zes weken ter inzage gelegd. Hiervan wordt melding gemaakt op de gemeentelijke infopagina in het Kontakt en via de website van de gemeente. Aan belanghebbenden wordt voorafgaand aan de terinzagelegging een afschrift gestuurd. Na afloop van de zes weken termijn kan, na beoordeling c.q. afhandeling van de eventueel ingediende zienswijzen, de vergunningsprocedure worden vervolgd. Van het besluit om de vergunning al dan niet te verlenen wordt de aanvrager in kennis gesteld. Tevens wordt aan de indieners van de zienswijzen een afschrift van het besluit toegezonden. Op de gemeentelijke infopagina in het Kontakt en op de website van de gemeente zal het besluit eveneens gepubliceerd worden. Hiertegen staat voor belanghebbenden gedurende zes weken na toezending aan de aanvrager, de mogelijkheid voor het indienen van beroep bij de rechtbank Breda open.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel