Hiervoor is beschreven hoe gehandeld wordt bij het ontbreken van een vergunning of ontheffing of bij het overtreden van de voorschriften. De Drank- en Horecawet en de Wet op de Kansspelen kennen daarnaast specifieke bepalingen over het intrekken van de vergunning. In sommige gevallen geeft de wet aan dat het bestuursorgaan in moet trekken in andere gevallen kan het bestuursorgaan de vergunning intrekken.
Artikel 31, lid 1 Drank- en Horecawet en artikel 30f, lid 1 Wet op de Kansspelen geven de gronden wanneer een vergunning moet worden ingetrokken. Artikel 31, lid 2 en 3 Drank- en Horecawet en artikel 30f, lid 2 Wet op de Kansspelen geven de gronden wanneer een vergunning kan worden ingetrokken.
De exploitatievergunning kan op grond van artikel 1:6 van de APV worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang van de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of in het belang van openbare orde is vereist;
indien de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
Indien de houder dit verzoekt.
Van het voornemen tot het intrekken van de vergunning wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:8 Awb de overtreder in beginsel in kennis gesteld, alvorens daartoe wordt besloten, tenzij een situatie als bedoeld in artikel 4:11 Awb zich voordoet. In beginsel wordt de overtreder derhalve in de gelegenheid gesteld diens zienswijze aan de gemeente kenbaar te maken met betrekking tot het voornemen om tot intrekking van de vergunning over te gaan. Een ingediende zienswijze zal worden betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming inzake het al dan niet intrekken van de vergunning. Tenzij de zienswijze daartoe geen aanleiding geeft, volgt op de vooraankondiging het besluit tot intrekking van de vergunning.
Op grond van het bepaalde in artikel 2:30 van de APV kan de burgemeester in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Aanleiding voor tijdelijke afwijking of sluiting, moet zijn gelegen in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in bijzondere omstandigheden (zoals, al dan niet lokale, feestdagen). Het betreft een algemene bevoegdheid die zich niet alleen kan uitstrekken tot een maar ook tot meer of zelfs tot alle in de gemeente aanwezige openbare inrichtingen. Wel beperkt de bevoegdheid zich tot het tijdelijk vaststellen van afwijkende sluitingstijden of tot tijdelijke sluiting.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.3
Handhaving middels intrekking van een vergunning
Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende regels omtrent horeca