Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening Speelautomatenhal gemeente Midden-Groningen 2021

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet op de kansspelen; b. Speelautomatenbesluit: Speelautomatenbesluit 2000; c. speelautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder a, van de wet; d. behendigheidsautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder b, van de wet; e. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is; f. speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b van de wet; g. ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert; h. bedrijfsleider: hij die de algemene leiding uitoefent in de speelautomatenhal; i. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal; j. openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; k. Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; l. exploitatievergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze verordening; m. aanwezigheidsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel