Van verwijtbaar gedrag als bedoeld in artikel 2 lid 3 sub f van de verordening is in ieder geval sprake:
bij woninguitzetting wegens huurschuld of overlast, veroorzaakt door één of meerdere leden van het huishouden van aanvrager;
(gedwongen) verkoop van de woning;
als de aanvrager, zonder eerst te zorgen voor woonruimte voor hem en zijn huishouden, naar de desbetreffende gemeente is verhuisd;
als de aanvrager gedurende de periode van twee jaar direct voorafgaand aan de aanvraag heeft gewoond in een woning waar volgens het bestemmingsplan niet permanent gewoond mag worden.