Naar hoofdinhoud
1.. Indeling in de urgentiecategorie bedoeld in artikel 2, lid 2, onder e, van de verordening vindt uitsluitend plaats indien sprake is van: ernstige medische redenen; of geweld of bedreiging; of dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen. 2.. Onder ernstige medische redenen wordt uitsluitend verstaan: een medische situatie die aantoonbaar overwegend wordt veroorzaakt door de woonsituatie; én de situatie waarbij de behandeling van de aandoening/stoornis aantoonbaar in hoge mate ongunstig wordt beïnvloed door de woonsituatie; én de situatie waarbij de aanvrager (of het betreffende gezinslid) aantoonbaar onder behandeling is van een erkend medisch specialist. 3.. Indien de behandeling als bedoeld in lid 2 gerelateerd is aan psychische problemen dient de aanvrager (of het betreffende gezinslid) aantoonbaar langer dan zes maanden onder behandeling te zijn van een GGZ-instelling of vrijgevestigde psychiater. 4.. Onder geweld of bedreiging wordt uitsluitend verstaan: een bedreigende situatie welke blijkt uit een proces-verbaal van de politie, zo mogelijk aangevuld door gegevens van justitie, en waaruit bovendien blijkt dat de aanvrager om veiligheidsredenen niet langer in de huidige woning kan blijven wonen, ook niet na een opgelegd of eventueel op te leggen straatverbod, huisverbod of contactverbod. 5.. Onder dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen wordt uitsluitend verstaan: een situatie waarbij vanwege geweld, bedreiging of psychische problemen de ouder/verzorger met de zorg voor minderjarige kinderen, niet over woonruimte beschikt. Dit blijkt uit: een proces verbaal van de politie, zo mogelijk aangevuld door gegevens van justitie, en waaruit bovendien blijkt dat de aanvrager om veiligheidsredenen niet langer in de huidige woning kan blijven wonen, ook niet na een opgelegd of eventueel op te leggen straatverbod, huisverbod of contactverbod; of de situatie waarbij de ouder/verzorger onder behandeling is van een erkend medisch specialist; en de situatie bij psychische problemen waarbij de ouder/verzorger aantoonbaar langer dan zes maanden onder behandeling is van een GGZ-instelling of vrijgevestigde psychiater. Een situatie van dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen als gevolg van een echtscheiding of beëindiging relatie waarbij geen sprake is van het genoemde in lid 1, sub a en sub b, en waarbij één van de ouders/verzorgers die de zorg kan hebben over de minderjarige kinderen over een woonruimte beschikt, komt niet in aanmerking voor deze urgentiecategorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel