Naar hoofdinhoud
1.. In de in deze beleidslijn bepaalde gevallen, zal betrokkene, naast de gebruikelijke aanvraagformulieren, de Bibob-vragenformulieren dienen in te vullen en in te leveren bij het bestuursorgaan. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd, die in deze vragenformulieren zijn vermeld en/of bij de uitreiking van de formulieren door of namens het bestuursorgaan zijn genoemd. De Bibob-vragenformulieren bevatten in elk geval de in artikel 7a van de wet genoemde vragen en daarnaast aanvullende vragen die het bestuursorgaan zo goed mogelijk in staat stellen om het eigen onderzoek te kunnen verrichten. 2.. Alvorens het eigen onderzoek wordt gestart, zal een aanvraag eerst beoordeeld worden conform de bepalingen van de primair van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals de Algemene wet bestuursrecht, onderliggende regelgeving van de desbetreffende vergunning c.a., etc. Het daarop aansluitende eigen onderzoek bestaat uit een tweetal stappen: Stap 1 Het onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van: de door de betrokkene aangereikte informatie/documenten bij de Bibob-vragenformulier(en) (inclusief bijlagen) en de door hem/haar daarbij aangeleverde documenten; eventuele extra, op verzoek van het bestuursorgaan, door betrokkene overlegde documenten of informatie; open, half-open en gesloten bronnen onderzoek (zie bijlage 2 behorende bij deze beleidsregel). Wanneer het Bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, wordt een aanvraag op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld. Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren leidt tot het buiten behandeling stellen van de nieuwe aanvraag dan wel de mogelijkheid tot het intrekken van de reeds verstrekte beschikking (zie artikel 4 juncto 3 van de wet), mits de betrokkene de gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit gebrek. Het bestuursorgaan kan de weigering van de betrokkene om een formulier als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid van de wet, volledig in te vullen, in beginsel aanmerken als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de wet. Dit geldt ook ingeval de betrokkenen weigert om aanvullende gegevens te verschaffen aan het bestuursorgaan of het ureau. een 'ernstig gevaar' als bedoeld in de wet, kan het de aanvraag weigeren, respectievelijk de beschikking intrekken of beëindigen, de overeenkomst ontbinden of de betrokkene van de gunning uit te sluiten. Stap 2 Aanvullend op de controle en analyse van de (extra) verstrekte informatie als hiervoor genoemd, kan een advies bij het Bureau worden gevraagd indien: na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van de betreffende activiteiten en/of onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd, na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en), na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten, de officier van justitie het bestuursorgaan de tip geeft om in een bepaalde zaak een Bibobadvies aan te vragen. Een toetsing aan de wet met behulp van een advies van het Bureau geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bestuursorgaan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bestuursorgaan eerst, zoals hierboven is uitgewerkt, gebruik moet maken van de eigen instrumenten. Voorts moet het vragen van een advies evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten. De adviesaanvraag bij het Bureau is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel is de betrokkene te allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken. Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek of na verkregen advies van het Bureau, in het kader van de wet genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een mindere mate van gevaar of een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 zevende lid van de wet kan het bestuursorgaan voorschriften aan de beschikking verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel