Naar hoofdinhoud
Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit, in strijd met bestemmingsplan / beheersverordening / exploitatieplan) wordt getoetst: als de aanvraag betrekking heeft op door het college van burgemeester en wethouders, aangewezen risico categorieën en/ of risicogebieden en/of gebouwen. als de aanvraag betrekking heeft op de navolgende branches Hotels Escortbedrijven Pensions Seksbioscopen Kamerverhuurbedrijven Darkrooms Woonruimte arbeidsmigranten Casino’s Coffeeshops Gamecentra Belwinkels Speelautomatenhallen Shishalounges Vuurwerkbranche Horeca inrichtingen (art.3 DHW) Sloopbedrijven Cafeteria’s (b.v. Snackbar, Pizzeria, Shoarmazaak) Afvalbewerking- en verwerkingsbedrijven Kappers Demontagebedrijven Welnessbranches (b.v. massagesalon, nagelstudio) Autohandel Prostitutiebedrijven bij een bouwsom hoger dan €500.000,- indien indicatoren kunnen duiden dat er een gevaar bestaat dat een vergunning zal worden gebruikt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten, en/of het plegen van strafbare feiten, dan wel het plegen van een strafbaar feit ter verkrijging van de vergunning. als bij navraag door het bestuursorgaan bij het LBB blijkt, dat tegen de aanvrager van een beschikking, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het LBB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel