Naar hoofdinhoud
Het bestuursorgaan/ de rechtspersoon met een overheidstaak gaat over tot een negatief besluit op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie, indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het LBB blijkt, dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet. Daarbij zal in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2013. Het bestuursorgaan zal besluiten om een beschikking onder extra voorwaarden te verlenen of extra voorwaarden verbinden aan een transactie of overheidsopdracht, in het geval uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het LBB blijkt, dat er sprake is van een mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet. Indien het bestuursorgaan/ de rechtspersoon met een overheidstaak voornemens is negatief te beschikken op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht op grond van de Wet, of het aangaan van een vastgoedtransactie wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijze in te brengen. Een door het bestuursorgaan op grond van de Wet genomen negatief besluit op de aanvraag voor een beschikking, is vatbaar voor beroep en bezwaar. Het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak, die een advies van het LBB als bedoeld in de Wet ontvangt, kan dit advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.

Rechtspraak bij dit artikel