**1..** De raad benoemt de leden van de commissie. Elke in de raad vertegenwoordigde fractie kan uit haar midden een kandidaat voor benoeming voordragen. De leden kunnen zowel raadslid als niet-raadslid zijn met dien verstande dat de mogelijk om niet-raadsleden voor te dragen voor benoeming beperkt blijft tot de fracties met maximaal twee raadsleden. De artikelen 11, 12, 13, 15 en 19 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de commissie.
**2..** De leden van de commissie worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad benoemd.
**3..** De raad benoemt de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, zijnde raadsleden, uit de leden van de commissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de secretaris van de commissie en de ingevolge artikel 7, lid 10, bedoelde onderzoeker. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt de plaatsvervangend voorzitter op.