**1..** De volgende activiteiten worden aangeboden voor de per peuterplek gefinancierde peuteropvang of VVE door het college:
Peuteropvang voor peuters van 2 tot 4 jaar, gedurende twee dagdelen per week, maximaal 8 uren, gedurende minimaal 40 weken in een jaar. Er maken maximaal 16 peuters deel uit van een peutergroep.
VVE voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een door ICARE JGZ (consultatiebureau) afgegeven indicatie VVEi In Aa en Hunze gelden de volgende criteria voor het afgeven van een VVE-indicatie door Icare JGZ:• Beide ouders hebben maximaal LBO/ VBO, praktijkonderwijs of VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg gevolgd of maximaal twee jaar voortgezet onderwijs in andere schoolopleiding, aansluitend op basisonderwijs. NB Bij één oudergezinnen of co-ouderschap, is het opleidingsniveau bepalend van de ouder die belast is met de dagelijkse zorg voor de peuter.• Nederlands is voor minder dan de helft de spreektaal in het gezin.• De ouders nemen deel aan een inburgeringstraject.• De jeugdarts of jeugdverpleegkundige constateert een achterstand in de (Nederlandse) spraak-taalontwikkeling op basis van de hiervoor geldende richtlijnen.• De jeugdarts of jeugdverpleegkundige signaleert een verhoogd risico op spraak-taalachterstand. Dit is de professionele inschatting van de jeugdarts of jeugdverpleegkundige, op basis van o.a. omgevingsanalyse en/of andere risicofactoren die van invloed kunnen zijn op de spraak-taalontwikkeling van de peuter.• Kinderen met (dreigende) achterstanden op sociaal-emotioneel of motorisch gebied, van wie vermoeden bestaat dat extra stimulering achterstand kan voorkomen of verkleinen. Als er geen sprake is van (ook) een risico op spraak-taalachterstand dient afgewogen te worden of VVE de geëigende interventie is., maximaal 16 uur per week, gedurende minimaal 40 tot maximaal 46 weken in een jaar en met maximaal 16 peuters in een groep.
**2..** De volgende producten worden geleverd door de kinderopvangorganisatie:
een pedagogisch beleidsplan waarin is opgenomen:
de visie op de ontwikkeling van kinderen
de visie op de omgang met en tussen kinderen
de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach met betrekking tot de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie
een werkplan waarin wordt beschreven op welke wijze de organisatie een bijdrage levert aan het stimuleren van:
de algemene ontwikkeling zowel qua motoriek, creativiteit en culturele overdracht als taal en cognitieve vaardigheden van peuters;
de sociaal emotionele ontwikkeling;
de wijze waarop afstemming met het basisonderwijs om de doorgaande ontwikkelingslijn te waarborgen plaats vindt.
een zorgplan waarin de gevolgde procedure wordt beschreven met betrekking tot:
de signalering van achterstanden bij peuters, door het opstellen van een plan van aanpak en het bijhouden van een monitor;
de verwijzing van ouders naar hulp- en dienstverlening/opvoedondersteuning (Stichting Attenta en andere externen zoals logopedie en fysiotherapie);
het onderhouden van een werkrelatie met de jeugdgezondheidszorg in het kader van “Vroeg erbij”.
plan met betrekking tot ouderbetrokkenheid. Hierin wordt beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de ontmoetingsmogelijkheid en ouderbetrokkenheid voor ouders.
werken met een VVE programma gecertificeerd door het NJI en bij voorkeur Piramide.
meewerken aan de monitoring van de voortgang van kinderen.
**3..** Er is zoveel mogelijk sprake van gemengde groepen: peuters met en zonder VVE-indicatie en peuters die wel of niet vallen onder de kinderopvangtoeslag spelen en ontwikkelen zich samen in een groep.
**4..** De aanbieder van peuteropvang wisselt ervaringen uit met ouders over hun kinderen, stelt met hen samen het plan van aanpak vast voor de VVE doelen, en biedt ouders ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelingsvragen.